Veel geschreeuw, weinig wol.
Het is een fraaie zondagmorgen en bij uitstek een dag die je niet moet weggooien door eens "lekker uit te slapen".
Toch ben ik blij dat de meeste mensen dat wel doen.
Het geeft mij de gelegenheid kalm op onze favoriete rustplaats te mijmeren en stof te vinden voor een verhaal of een gedicht.
Ik hoef niet alert te zijn op mijn omgeving, terwijl ik dat op een gewone werkdag wel degelijk moet zijn.
Omdat ik nu eenmaal met een kleine roedel loop, en mijn honden zijn onderling zo hecht met elkaar verbonden dat zij optreden als eenheid, wat zeg ik?
Als een bende gangsters.
Niet dat zij kwaadaardig zijn, maar zij kunnen een vreemde hond toch aardig de stuipen op het lijf jagen.
Dat gaat als volgt:
Nicky, mijn gestoorde straatschuimertje merkt meestal als eerste een vreemdeling op, schiet blaffend in de stress, en waarschuwt op die manier Gibor en Baloe voor naderend onheil, meestal in de vorm van een nietsvermoedende labrador die braaf wat voor zich uit loopt te snuffelen en zich uitsluitend met zijn eigen zaken bemoeit.
Gibor de Duitse herder stuift er prompt vandoor, en kijkt altijd snel achterom of zijn grote vriend Baloe wel meekomt.
Een volstrekt overbodige maatregel, want Baloe komt altijd mee...Yeah man, ACTIE!!!
Nou ja, helemaal overbodig is dat niet, want als ik Nicky hoor waarschuwen, is mijn eerste reactie een greep in de stierennek van Baloe, zodat hij niet mee kan.
Gibor ziet of voelt dat hij geen assistentie krijgt en breekt zijn uitval af.
Ik roep hem en hij komt opgelucht aanhollen, blij met dit excuus.
"Ja de baas riep en dan heb je maar te komen"...
Maar het komt regelmatig voor dat Baloe buiten
mijn bereik is en dan gaat hij Gibor helpen.
Als de drie musketiers stormen zij op de vreemdeling af, terwijl Nicky aan een stuk door loopt te roepen:
"Eén voor allen...Allen voor één!!!"
Op dat ogenblik kan ik de honden wel roepen, dat kan altijd wel.
Ik kan ook proberen de scheve toren van Pizza recht te trekken of de Eifeltoren verplaatsen...
Maar effectief is dat niet.
Een roedel die de geest heeft, is doof!
Zij zijn van plan hun visitekaartje af te geven aan die vreemde hond:
"Zeg, brave borst, dit is onze hei!"
"Mogen wij jouw papieren even zien?"
"Wat?! geen papieren?"
"Hoezo geen papieren?"
"Blijf je hier lang?"
"Denk erom dat je je aanpast, wij willen geen last van je hebben."
Die conversatie wordt op luide toon wat blafferig gevoerd.
De afloop is duidelijk te zien en heel voorspelbaar.
De vreemde hond toont zich in de meeste gevallen onderdanig.
Zijn papieren worden neusmatig onderzocht en in orde bevonden, hij mag passeren.
Of de hond is zelfbewust en blijft als aan de grond genageld staan:
"Ik heb wel papieren, maar die laat ik niet zomaar aan iedereen zien".
"Eerst beleefd vragen, ja?"
De drie musketiers reageren dan ook anders.
Zij binden een beetje in. Baloe stelt dan als eerste de vraag:
"We kunnen natuurlijk ook een beetje spelen...toch?"
Vooral wanneer hij ziet dat het dat de vreemde hond een teefje is.
En Baloe weet waar zijn belangen liggen!
Is de vreemde hond echter een pup of een lummetje (oude pup) dan spelen de honden plotseling Florence Nightingale en lopen over van sentimentaliteit.
Vooral Gibor, die spontaan in snikken uitbarst bij het zien van zoveel onschuld...
U ziet er zijn een aantal vaste patronen te ontdekken in dit gedrag.
Een ding is duidelijk:
Er wordt niet gebeten en er ontstaat geen verbitterde knokpartij.
Een hond die er alleen alleen voor staat heeft daar weinig zin in.
Behalve dan de Flatcoated Japanse Kamikaze-hond, maar die kom je in Hilversum weinig tegen.
(Ik geloof zelfs dat hij uitgestorven is.)
De situatie wordt anders wanneer zij stuiten op een andere roedel, zeg maar, de musketiers van de tegenpartij, onder leiding van een generalissimo.
Dan staat plotseling veldmaarschalk Baloe vooraan en soldaat eerste klasse Gibor, dekt hem in de achterhoede, heel erg ver in de achterhoede, want je kan niet weten...
Zo ver in de achterhoede, dat hij eigenlijk mijn voorhoede verdedigt, tegen iets dat zich heel in de verte afspeelt.
Hij is vast besloten mijn voeten te verdedigen tegen het dreigende gevaar, en gaat daar bij wijze van voorzorg maar vast op zitten.
Hij bibbert van woede en blaft in de richting van Baloe toch vooral goed uit te kijken!
Allerlei strategische adviezen volgen elkaar in snel tempo op.
"Kijk uit, Baloe!"
"Achter je! "
"Naar links...ja naar links, doorgaan... Nu naar voren, Nee, NAAR VOREN MAN!"
Ik geef Gibor het bevel "Ga af en blijf" en trek mijn voeten snel onder hem vandaan.
Een gevecht hangt in de lucht.
Zwijgend loop ik snel naar de kemphanen die elkaar staan af te tasten.
Van heel dichtbij vraag ik brullend:
"Of ze van de pot gerukt zijn!!?? "
Dat doe ik zo hard, dat mijn stem ook in het Centrum van Hilversum duidelijk hoorbaar is.
In het seismografisch Instituut slaan de meters uit en wijzen kracht 6 aan op de schaal van Richter.
Vogels tuimelen spontaan uit de bomen en een paar konijnen zoeken snel een goed heenkomen...
En dan treed een diepe stilte in.
Baloe kijkt mij wat verbouwereerd en schaapachtig aan.
Ik verhef mijn stem zelden en geef bij commando's de voorkeur aan handgebaren.
Het contrast is groot genoeg om heel duidelijk te zijn.
Geen herrie in de tent!!
Maar vandaag is het rustig, en ik verwacht het eerste uur nog geen mensen op de hei.
Mensen dit is leven.
De zon schijnt heel vriendelijk en boven mijn hoofd stijgen de veldleeuweriken hoger en hoger tot zij oplossen in de blauwe lucht en ik ze alleen nog maar kan horen.
Gibor besluit de bank nog wat verder te ondermijnen, op zoek naar olie en spit daarbij snel mijn laarzen even vol.
Baloe is achter mij zijn gebied aan het inspecteren en Nicky ligt als gebruikelijk 100 meter verderop te doen alsof hij ons niet kent.
Na verloop van tijd spitst hij zijn oortjes en gaat snel rechtop zitten.
Hij maakt het geluid dat ik heel goed ken.
Er is een bekende in aantocht.
Ik kan nog niet zien wie het is, daarvoor is de afstand te groot of zijn mijn ogen te slecht.
Maar na een poosje zie ik een witte antenne boven de hei uitsteken.
Ah, baas Jacky dus.
Jacky is een ondernemende kleine beagle en meestal zie je van hem alleen dat witte staartje.
Uit de diepe stilte die er heerst maak ik op dat baas Jacky alleen is, want in gezelschap van iemand anders hoor je hem al van verre aankomen.
Hij beschikt over een verdragend stemgeluid en een schaterende lach. Jacky heeft ons nu bereikt en gaat op zoek naar Baloe.
Groet hem beleefd met een likje en gaat dan Gibor dagzeggen. Nicky rent heel opgetogen naar baas Jacky en begroet hem alsof hij hem in jaren niet gezien heeft.
De slijmjurk, hij weet donders goed hoe hij het lekkers uit zijn zak moet toveren.
Want sinds baas Jacky weet dat Nicky uitsluitend oude kaas aanneemt, heeft hij daar altijd een paar blokjes van bij zich.
Veel mensen willen Nicky iets geven en dat hondje kijkt dan met een heel lief snoetje vol belangstelling naar wat er tevoorschijn komt.
Is het een gewoon hondekoekje, dan snuffelt hij voorzichtig heel even en er trekt een schaduw over zijn gezicht.
Hij doet een stap terug en verliest plotseling alle belangstelling voor de persoon die hij een seconde geleden nog vol verwachting belangstellend had aangekeken.
Is het een frollikje, dan neemt hij het wel heel voorzichtig even in zijn bek en spuugt het daarna meteen weer onverschillig uit.
De mensen staan dan vaak een beetje onthutst te kijken, want je verwacht het niet...
Maar oude kaas dat is andere koek. Dat snaait hij bliksemsnel uit je handen en hij sprint snel een eindje weg om te voorkomen dat Baloe of Gibor het hem afhandig zal maken.
En daar zitten wij dan even later als twee bejaarde mannen op een bankje.
Ik ben nog helemaal niet echt bejaard en Baas Jack is zelfs een paar jaar jonger dan ik, maar ik voel mij nog steeds 12.
Gek is dat... je merkt dat je niet meer zo sterk bent als voorheen en echt hard lopen is er ook al niet meer bij. En toch voel je het kind binnenin, nog duidelijk aanwezig.
Het onbeschrijfelijke geluksgevoel dat ik had toen ik als kleine jongen, samen met mijn eerste hondje in de milde schaduw van een berkenboom lag, met je gezicht heel dicht bij de aarde.
Die geur... dat geluid...het zachtjes ruisen van het bladerdak boven je hoofd, de zang van de leeuwerik, dat gevoel verandert helemaal niet.
Ik hoop voor u dat u een dergelijk gevoel ook kent, want anders mist u iets.
Iets dat niet in een winkel te koop is, zelfs niet voor heel veel geld.
De plaats waar de tamme kastanje staat en waar je pijnlijke handen aan overhield omdat je de goeie eerst uit die bolster moest zien te peuteren...
En de frambozen die je vond, de bramen en de beukennootjes waar dat hondje zo dol op was...
Allemaal gratis mensen, één orgie van gelukzalige tevredenheid.
Tsja ach...Mocht ik kiezen dan zou ik willen inslapen op zo'n plek.
Op de leeftijd van 85 of iets in die buurt en nog steeds denken dat ik morgen dertien werd.
Sorry, ik dwaalde even af.
De stemming zou weldra omslaan, maar dat wist ik toen nog niet, en u ook niet...
Nicky geeft weer zijn herkenningsblafjes af en weldra voegen zich bij ons:
Vrouw Amber, vrouw Max, baas Werna en vrouwtje theelepel.
Vrouwtje theelepel is een naam die baas Jack verzonnen heeft, want te oordelen naar haar verschijning, kan zij eenvoudig geen andere naam hebben.
Ze ziet eruit alsof zij zo uit een sprookjesboek is gestapt.
Klein van gestalte en met een diep doorgroefd gezicht.
Dat gezicht kan je lezen!
Een boek vol wijsheid, ervaring, en berusting...
Een heel kleine dwergteckel loopt altijd trouw achter haar aan, voorzien van een halsband met een belletje, om te voorkomen dat iemand per ongeluk op hem gaat staan.
Zij loopt een beetje gebogen.
Misschien komt dat door het meetorsen van een stevig uitgevoerde verrekijker, waarmee zij van tijd tot tijd de hei afspeurt in de hoop een vogeltje te ontwaren dat zij nog niet kent.
Zij deelt ons vaak mee wat zij ziet en dat is veel.
Het vogelleven is veel gevarieerder dan ik dacht.
Zo zijn wij bekend geworden met de dwarsgestreepte rietpieper, de kruiskopschroefbek-ooievaar, de lammetjespap-gier en de oeverloze zwaluw.
Wij leren iedere dag wel wat, en ik moet zeggen, het heeft wel iets...
Ik kan nu midden in een zin plotseling stilvallen en tegen een toevallige voorbijganger zeggen:
"Hoort u ook die kenmerkende roep van de Vorkstaartmoerasrietfluiter?"
"Vreemd, je zou hem hier toch niet zo gauw verwachten... "
DE argeloze passant blijft getroffen staan en houd het hoofd wat scheef.
En omdat er op de hei altijd ergens wel iets fluit of kwinkeleert, hoort hij het ook!!
Na zo'n voorval behoor je tot de "Kenners" en wordt je met veel meer respect behandeld dan voorheen.
Nu gaat de wandeling dan toch echt beginnen, omdat de Beagle daartoe het signaal geeft.
Hij ziet een paar honden elkaar speels achtervolgen en heft reflexmatig een opgewonden geloei aan.
De jacht kan beginnen.
En om de feestvreugde compleet te maken voegt baas Laurel zich ook bij onze groep.
Laurel, (een kleine Norfolk terrier) stevent recht op Baloe af en werpt zich op zijn rug.
Baloe neemt het hele koppie in zijn muil en slingert hem zachtjes wat heen en weer.
Als even later het koppie weer tevoorschijn komt, kent zelfs zijn eigen baas hem niet meer terug.
Een rattenkoppie op een hondenlijf...
Hij wordt nog even door het zand gesleept om het slijm wat te laten drogen en klaar is de schoonheidsbehandeling.
Normaal slaat Baloe geen acht op hondjes kleiner dan een herder, maar voor Laurel maakt hij een uitzondering.
Die twee zijn echt vrienden.
Al snel is de hele groep in een geanimeerd gesprek gewikkeld en zodoende wordt mijn aandacht wat van de honden afgeleid.
Er wordt wat gespeeld in de groep en stokken en ballen verwisselen van eigenaar. Je ziet het elke dag en je laat ze fijn hun eigen gang gaan.
Af en toe kijk je zonder nadenken even om en je ziet dat ze er allemaal nog zijn.
En verder trekt de karavaan....
Totdat Nicky, die steevast in zijn eentje honderd meter achter ons aan loopt, kwaadaardig begint te blaffen...
Automatisch grijp ik rechts van mij naar een nekvel, maar Baloe loopt daar niet, die is ver voor mij uit.
Ik zie zijn kop in de opgeheven alarmstand draaien in de richting van Nicky, en hij heeft de afstand al bepaald, en ja Gibor is ook gereed.
Zij stuiven er vandoor en ik weet dat roepen niet veel meer zal uithalen.
De bende verdwijnt achter een heuvel uit mijn gezicht en dat haat ik.
Op vlak terrein kan ik van een afstand wel zien of ingrijpen noodzakelijk is en vaak is dat niet nodig, maar wat bevindt zich achter die heuvel???
Zo snel ik kan sprint ik tegen de heuvel op en zie mijn boevenbende recht op een Bernersennehond afstormen.
Gibor natuurlijk voorop en vlak daarachter Baloe, aangemoedigd door het gekef van Nicky.
De verbijsterde Berner krijgt een snauw van Gibor en èèn seconde later van Baloe.
Maar die brave Berner geeft geen krimp.
Hij is niet onder de indruk en blijft staan.
Baloe kan zijn vaart niet zo snel afremmen, tuimelt half over die Berner heen en komt ietwat potsierlijk half zittend naast die hond terecht.
Nicky doet ondertussen wat schijnaanvallen, maar kijkt wel heel goed uit niet al te dicht in de buurt te komen.
De eigenaar van de Berner is razend.
Het is een wat pafferige man van een jaar of dertig en hij is gekleed in een wat te krap zittend sporttenue.
Ik zal u de beschrijving van de hoofdpijn verwekkende kleurcombinatie besparen, want ik wenste plotseling dat ik mijn zonnebril had meegenomen.
De man deed woeste uitvallen naar mijn honden en begon links en rechts met de riem om zich heen te meppen.
Daarbij hield hij met èèn hand zijn hond bij de halsband vast als om hem te beschermen tegen deze, in zijn ogen, moordlustige bende.
Ik wandelde op hem toe, en maakte met mijn handen kalmerende gebaren, terwijl ik hem toeriep zich rustig te houden.
Maar hij was helemaal door het dolle en brulde mij schuimbekkend allerlei verwensingen toe.
Zijn vrouw, duidelijk iemand die bang was van al die grote honden, stond een tiental meters verderop als een aangeschoten vogeltje wat bibberig Baloe te fixeren, klaar om het op een lopen te zetten als die hond ook maar een stap in haar richting zou doen.
Omdat de man zich wild bleef gedragen, hield de herrie niet op. Nicky bleef schijn-uitvallen doen.
En de man bleef schreeuwen dat ik die k't-honden moest terugroepen.
Ik zei dat er niets zou gebeuren als hij zijn hond maar gewoon losliet, zodat dit dier enige bewegingsvrijheid had en zelf de situatie kon beoordelen.
Hij liet nu zijn hond los, maar bleef dreigend met de riem uitvallen naar mijn honden.
"Haal die klotebeesten weg!"
"Die vuile tyfushonden!!"
Hij was niet tot bedaren te brengen.
Ik liet hem even uitrazen en lette even op het gedrag van de dieren.
Zijn Berner stond nog steeds in alle rust de situatie te overzien en zwaaide wat met zijn wuifstaart...
Gibor probeerde voorzichtig te naderen want hij vond het wel een aardige hond en Baloe had intussen een struik gevonden, waartegen hij een plas kon doen.
De man bleef gibor wegjagen, daarbij telkens nieuwe opschudding veroorzakend.
Hij bleef ook razen en tieren.
Ik vroeg hem eens goed naar zijn hond te kijken.
Er was niets aan de hand, geef ze gewoon de gelegenheid even kennis te maken, zo raadde ik hem aan.
Maar nee, hij zei dat zijn hond nooit zoiets deed. "Het was een kwestie van opvoeding!"
zo snauwde hij mij toe.
Ik merkte op dat te oordelen naar zijn vocabulaire, welke was doorspekt met schuttingtaal, er inderdaad een sprake was van een lacune in de opvoeding, maar ironie was niet aan hem besteed.
Dus gaf ik Gibor het bevel "Ga Af".
Braaf ging hij naast de Berner liggen.
Ik riep Baloe en lijnde hem aan en nog bleef de man met zijn opgeheven riem klaar staan om uit te vallen.
Dit is zo'n moment waarin ik het opgeef.
Ik zag in dat wat ik ook zou zeggen en wat hij ook met eigen ogen kon aanschouwen, helemaal niets zou uitmaken.
Tegen echte domheid gepaard aan onwil valt nu eenmaal niet veel te beginnen.
Zwijgend lijnde ik ook Gibor aan en voegde mij weer bij mijn gezelschap, die deze scène smullend hadden gadegeslagen.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat als iemand rustig loopt te wandelen en er stormt zo'n bende wildemannen in volle vaart op je hondje af je wel even een hartcollaps krijgt.
Het overkomt mij ook wel dat deze of gene hond zijn visitekaartje komt afgeven en je kunt er natuurlijk nooit zeker van zijn dat het niet op een echte vechtpartij uitdraait.
Maar achteraf trof het mij dat ik in zo'n situatie eigenlijk precies zo reageer als de Bernersennehond van die man.
Ik ben niet echt onder de indruk,en wacht het af...
In dit geval vertoonde de man eigenlijk hetzelfde gedrag als Gibor, die zijn angst en onzekerheid ook probeert te maskeren met een grote bek.
Alleen Gibor is veel sneller voor rede vatbaar.
Dit is een analyse die ik een paar ogenblikken later maakte.
De meeste herrie bij mens of dier wordt veroorzaakt door angst.
Dat is eigenlijk de conclusie die je achteraf kunt trekken.
Baas Jacky had intussen grote lol.
Hij houd wel van een beetje leven in de brouwerij.
Toen wij afscheid namen voegde hij mij nog toe:
"Nou, ik had hem op zijn smoel geslagen.".
Nou nee... dank je wel.
Ik loop nog in mijn proeftijd...
Kelev
|