Lezen - Verhalen - Een heel leven voor niets...

Een heel leven voor niets...

Een tiental jaren geleden woonde er naast ons een klein mannetje. Dit mannetje was alles dat ik niet was. Hij was uiterst rechts, tamelijk welgesteld, en boven alles heel precies. En hij bemoeide zich letterlijk overal mee!

Des Zondags ging hij getrouw ter kerke, en naar verluid zong hij daar niet onverdienstelijk de tenorpartij in het koor.
Zodra de dienst ten einde was hing hij zijn Zondagse pak buiten op het balkon te ... Wat...Ja, dat vroeg ik mij na een aantal maanden af,.. te Luchten??? Om de wierookwalm te verdrijven? Ik ben nooit achter de diepere betekenis daarvan gekomen, maar hoe het ook zij, hij ging altijd onberispelijk gekleed. Mooie maatpakken in stemmig grijs, bijpassende kleur sokken, en stropdas. Om door een ringetje te halen.

"Daar kan je als vrouw mee voor de dag komen", zei mijn wederhelft wel eens, als zij zin had om mij de ziekte in het lijf te jagen. Nu had zij daarin geen ongelijk, want als er iets is wat je met mij beter niet kunt doen, dan is het wel je ergens met mij in het openbaar vertonen. Het kan mij niet schelen of mijn haar goed zit, ik denk van wel maar ga dat bijna nooit controleren. Ook komt het wel voor dat ik twee verschillend gekleurde sokken draag, waarvan er minstens één binnenstebuiten zit. Een trui trek ik heel vaak achterstevoren aan, maar ik denk wel vaak: "he, wat zit dat ding toch ongemakkelijk"... Schoenen is een hoofdstuk apart. Poetsen? Ok, tanden ja, maar Schoenen?
U begrijpt, grotere tegenpolen kwam je bij ons in de buurt nauwelijks tegen, en toch voelde ik een zekere aantrekkingskracht. Een onweerstaanbare behoefte met hem in contact te komen, en het debat aan te gaan. En hoe vreemd het ook mag klinken, dat gevoel was wederzijds. Want hoewel ik zo'n beetje alles verafschuwde waar hij pal voor stond, hij was en bleef een aardige man.

Er bestonden volgens hem maar twee kleuren zwart en wit. Compromis was een woord dat hij niet kende, en ook niet wenste te kennen. Iets was waar of onwaar, maar kon nooit een béétje waar zijn. Hij was bezeten van de gedachten dat de communisten het op Nederland, en meer in het bijzonder op Hem hadden voorzien, en alle krantenberichten die hij las duidden volgens hem op één grote rode conspiratie. Deze complotgedachte was een obsessie voor hem en hij verzuchtte menigmaal dat als hij nu maar wat jonger was, hij dat rode tuig wel allemaal over de kling zou jagen. Hoe hij dergelijke gedachten in overeenstemming bracht met zijn levensovertuiging, die toch voornamelijk en met enige nadruk spreekt over naastenliefde, heb ik nooit kunnen achterhalen, maar het moet een heel ingewikkelde redenering geweest zijn. En u zult moeite hebben mij te geloven, maar hij had een hekel aan dieren. Dieren kon hij uitsluitend zien in gebakken of gebraden vorm, en voor zover zij dat nog niet waren, vormden zij voor hem slechts een bron van ergernis en overlast. Katten die zijn tuin aandeden, werden met luid gesis verjaagd, en houtduiven moesten het ook niet in hun hoofd halen op zijn balkon plaats te nemen. De deuren vlogen dan open, en met een heftig KKSSJJJTT!!! KKSSJJJTT!!! Werd hen te verstaan gegeven dat zij naar elders moesten gaan. Ik dacht aanvankelijk dat dit was om zijn Zondagse pak te beschermen, maar al snel viel het mij op dat hij dit gedrag ook vertoonde als zijn pak er niet hing.

Als er even niets te verjagen viel, poetste hij zijn auto. Dit voertuig had hij innig lief, en dat kon je ook zien aan de bijna tedere gebaren waarmee hij een smetteloze lap over zijn brandschone wagen haalde. Een mooie zilverkleurige luxe auto was het, waar echter in het geheel niet mee gereden werd. Behalve van en naar de kerk, kwam de auto alleen uit de garage om gepoetst te worden. En dat was zo in het oog lopend vaak, dat hij in de buurt niet bekend stond onder zijn eigen naam, maar algemeen werd aangeduid als; "Piet de Poetser".

Het manneke was behalve erg proper, en ijverig, ook bezeten van een territoriumdwang. Dat ging heel ver, zo ver zelfs, dat hij de brandgang die grensde aan zijn achtertuin, ook als zijn gebied beschouwde. Dat was wel handig, want hij nam het onderhoud ook daar volledig voor zijn rekening. Als ik achterom wilde met mijn fiets, hoefde ik alleen maar even te bellen, en dan stapte hij beleefd met zijn hark opzij. Hij zag er op toe dat er in die brandgang niets groeide. Ieder sprietje dat de brutaliteit had de kop op te steken, werd met wortel en tak uitgeroeid. Het pad werd daarna zo zorgvuldig aangeharkt, dat ik soms de aanvechting kreeg, mijn fiets maar op te tillen om niet van die lelijke bandensporen achter te laten, maar ja, waar laat je dan je voetstappen nietwaar?
Ook in zijn achtertuin, was hij altijd erg druk in de weer, hoewel daar in mijn ogen volstrekt niets te doen viel. Het grootste deel was betegeld, met om de 63,5 cm, een uitsparing van één tegel, waarin hij boomkarikaturen had gepoot. Dat zijn bomen die je in de natuur nooit zult aantreffen. Zij schenen ontworpen door een designer die in het leven emotioneel ernstig was tekortgedaan. Een lange dunne, maar kaarsrechte stam, bekroont door een bolletje loof, in de vorm van een flinke voetbal. Aanvankelijk wilde ik niet eens geloven dat dit bomen, en dus levende wezens waren. Ze wekten de indruk alsof zij bij de Blokker waren aangeschaft. Tot op de dag dat ik Piet ze water zag geven, meende ik dat deze lachwekkende obstakels uit kunststof waren vervaardigd.
Piet koesterde deze vreemde creaturen als waren het zijn kinderen, terwijl hij actie voerde tegen een rij statige populieren in de tuin van zijn buren. Deze bomen waren hem een doorn in het oog. Zij namen het zonlicht weg, en in de herfst verloren zij blad. Geen moeite was hem teveel om die gehate vervuilers weg te krijgen. Hij haalde handtekeningen op, en spande een procedure aan, teneinde die prachtige reuzenbomen te laten kappen... En hij won!!??!!
Wat er daarna gebeurde was het resultaat van het meest belachelijke compromis dat ooit tot stand is gekomen. De bomen werden niet gekapt, maar afgezaagd tot een hoogte waarop zij geen schaduw meer wierpen op zijn balkonnetje. Dat bleek een meter of vijf te zijn. Op een zwarte dag zag ik een hoogwerker zich moeizaam onze straat in wurmen, en na verloop van een uur hoorde ik het geluid van de kettingzaag het geschreeuw van de bomen smoren. Het vandalisme van de keurige burgerman sloeg niet alleen een gat in de tuin, maar ook een bres in mijn ziel. Weg was het rustgevende ruisen van de zomerbries door dat schitterende bladerdak. Wat bleef er over? Vijf kale rechtop wijzende schoorsteenpijpen, die door een boomchirurg werden ingesmeerd met een stof die moest voorkomen dat de wonden ontstoken raakten. Dit schandaal bleef jarenlang duidelijk zichtbaar voor iedereen voortbestaan, tot de reuzen verzwakt en ellendig de geest gaven, en toch moesten worden neergehaald. Ik begon het mannetje nu diep te haten, en vervloekte in stilte zijn dwangneuroses en zijn smetfobie.
Toch was het voor mij moeilijk om hem te negeren, of onheus te bejegenen, omdat hij zo vriendelijk en voorkomend was. Veel contact hadden wij nog niet, maar hij groette altijd bijzonder aardig, en als ik in gezelschap van mijn vrouw, hem in de straat tegenkwam, nam hij voor haar altijd met een zwierig gebaar zijn hoed af, en boog hij diep. Hij deed dit met een natuurlijke charme, en zo overtuigend, dat het niet eens een ouderwetse indruk maakte, integendeel. Het was zeer innemend, en hoorde helemaal bij hem.

Nu had ik in die dagen geen hond. Mijn laatste hond was gestolen, en het heeft enige tijd geduurd voordat ik over die schok heen was. Ik durfde geen andere hond te nemen in die tijd. Want aan de ene kant hoop je dat hij nog terugkomt, en aan de andere kant was ik vreselijk bang dat zich zoiets nog eens zou kunnen voordoen... Maar na een aantal jaren wordt het gemis toch te groot, en het verlangen naar een nieuwe Duitse herder was niet langer te onderdrukken. Daar kwam nog bij dat ik in die tijd was afgegleden in een toestand van lethargie, omdat de noodzaak dagelijks de deur uit te gaan om in weer en wind een paar uur te wandelen, was weggevallen. Het akelige gevolg was dat ik zo vet werd als een slecht gestopte worst. Toen ik uiteindelijk 110 kg woog en moeite had mijn schoenveters te zien, viel mijn besluit. Er kwam een hond, want ik was te eenzaam.
Mijn vrouw werkte hele dagen, mijn kinderen waren op school, en ik zag ik mijn straat allemaal mensen leuk met hun hondje wandelen. Goed ik krabde de verf niet van de deuren, en liep nog net niet de hele dag te blaffen, maar mijn hart deed elke dag iets meer pijn. Het schrijnende gemis van een vriend, die vrolijk naast je loopt, en die je aan het lachen brengt... Dat is niet lang te verdragen.

Toen mijn kinderen hoorden van mijn plan een pup te kopen, waren ze zo enthousiast dat zij spontaan hun spaarpot openbraken om een bijdrage te leveren in de aanschafkosten. Ik heb hun geld aangenomen. Nu kon ik die 800 gulden zelf ook wel bij elkaar scharrelen, maar daarmee zou ik hun iets hebben ontnomen. Verantwoordelijkheid begint daar, bij de aanschaf! Het besef dat ze konden zeggen: "Ik heb zijn staart betaald". Waarop de ander kon roepen: "Maar die oren zijn van mij".... Het leek mij verstandig dit geld aan te nemen, en zo is het ook gebeurd. Maar ik had het er wel moeilijk mee. Ze gaven alles wat ze op dat moment hadden, en die ruimhartigheid kan je alleen maar belonen door het gewoon aan te nemen.

En och, wat hebben zij mee geholpen een pup uit te zoeken. Stad en land reisden wij af, om een geschikt nest te vinden. De teleurstelling op die kindersnoeten als ik niet tevreden was. Voor hen waren het allemaal schattige puppies, en ik moest een aantal keren echt keihard nee zeggen. Een fokker in Utrecht. De hond met jongen en al, in een haastig in elkaar gesmeten krat op het balkon. Tocht en nattigheid, drie hoog, geen lift, arme moeder...Nee! Dan een boerderij in de Flevo polder. De honden in een loods ver weg van het woonhuis, zonder toezicht, met jongen die al weg hadden moeten zijn, en de moeder werkelijk uitgemergeld hadden. Een verzenuwd hoopje Duitse herder, zonder mogelijkheid aan de terreur van haar jongen te ontkomen...Nee! Na nog twee maal nee, besloot ik mijn kinderen niet meer mee te nemen.
Als laatste stond op mijn puppenlijst een fokker even buiten Apeldoorn. Zonder afspraak ben ik daar per trein heengereisd, want ik overval de mensen graag, dan zie je meer. Daar wachtte mij iets goeds. Ik kon uit de verte het woonhuis al zien liggen. Een forse vrijstaande boerderij. In de tuin zag ik een man met Duitse herders in de weer. Hij speelde wat met ze, en deed er ongemerkt een aantal oefeningen tussendoor. Op een heel ontspannen en rustige manier, was hij zo geconcentreerd bezig dat hij mijn nadering niet opmerkte. Toen ik te dichtbij kwam gaven de honden er blijk van dat zij mij wel gezien hadden. De oren gingen omhoog, een korte blaf, met daarop de geruststelling van de baas, dat het goed volk was. Ik mocht het erf betreden, en werd door de honden vriendelijk en nieuwsgierig begroet.
Mooie honden waren het, maar nog belangrijker, vriendelijk rustig, en heel zeker van zichzelf. Hier hoopte ik mijn pup te kunnen kopen, dat wist ik eigenlijk al zonder het nest gezien te hebben. De moederhond ging mij voor naar haar kinderkamer, en ik mocht de inmiddels 4 weken oude pups bewonderen. Al die tijd dat ik daar was bleef de moeder rustig in de buurt. Ik mocht de pups aanhalen en uitvoerig bekijken, en kon ook zien hoe zij met haar jongen omging. Het was een voorbeeldhond. Eigenlijk laat ik mij bij een nestkeus in de eerste plaats leiden door het gedrag van de moeder. Alle andere zaken zoals bloedlijn en behaalde certificaten van de voorouders zeggen mij niet zo veel. Zelfs op het gedrag van de pups onderling vaar ik niet blind. Voor mij is de moederhond het belangrijkst. Zij prent de jongen het eerste voorbeeld in. Haar houding drukt onuitwisbaar een stempel op het gedrag van haar nakomelingen. Is de moeder angstig of nerveus van aard, dan is de kans heel groot dat haar jongen dat ook zullen zijn. Maar heeft zij positieve karaktereigenschappen, dan wordt dat natuurlijk ook lekker doorgegeven. Erfelijk bepaalde karaktereigenschappen van beide ouderdieren spelen vanzelfsprekend ook een rol, maar ontrekken zich vaak aan onze beoordeling. Meestal krijg je de vader niet te zien, of moet je er zelfs voor naar het buitenland, om een glimp van hem op te vangen. Nu heb ik makkelijk praten, want ik ga geen honden fokken, en neem ook geen deel aan het tentoonstellingswezen Dat maakt de keuze al heel simpel. Een hond met een miskleur of andere gebreken van cosmetische aard, is voor mij van geen enkel belang. Een rustig en evenwichtig karakter geeft bij mij de doorslag.

Nadat de eigenaar mij stevig had uitgehoord zei hij mij, dat ik best een pup mocht hebben Er waren vier teven en slechts één reu. Da's mooi, bromde ik. Ik kan kiezen uit één. (Want ik wilde heel graag een reu) Het maakte de beslissing erg eenvoudig. Deze dan maar?!...
Zo kon ik eenmaal weer thuisgekomen mijn kinderen toch het goede nieuws vertellen. Maar ik moest nog 4 weken wachten, en die kwamen niet om.

Mijn pup was een heel bescheiden hondje. Hij werd overvleugeld door zijn zussen, die er op toe zagen dat hij overal het laatst aan de beurt was. Hij was dan ook na 8 weken de magerste van het stel. Hij was niet echt ondervoed, maar had ook niets over... Het was tijd dat hij het nest verliet, en wat extra individuele aandacht kreeg. Ik moest hem weer met de trein gaan ophalen. De fokker woonde ongeveer vijf Kilometer buiten Apeldoorn, dus een ideale manier om rustig met je nieuwe pup te beginnen. Hun aanbod om mij met de auto terug te brengen wees ik vriendelijk van de hand. En zo togen Kelev en ik huiswaarts. Hoewel een pup van acht weken niet zwaar is, was ik toch blij dat ik een babyzak had meegenomen. Want na een aantal kilometers weegt zo'n beestje toch meer dan je denkt. Toen de puppenbeentjes een beetje moe dreigden te worden, verdween Kelev dan ook snel in die draagzak, en viel op het ritme van mijn stappen al heel snel in een diepe tevreden slaap. Hij bleef ook gedurende de treinreis lekker doorslapen. Eenmaal in Hilversum werd hij wakker, deed een plas, en was vol belangstelling voor zijn nieuwe omgeving.
Ik moest nu nog een half uur lopen vanaf het station naar mijn huis, en ik had grote moeite niet te huppelen van plezier. Voorzichtig probeerde ik hoe Kelev reageerde op de halsband en de lijn. Zoals gebruikelijk vond hij het zo vreemd, dat hij meteen ging zitten, en verbaasd om zich heen keek. Nou ja hij werd na een paar minuten toch nieuwsgierig, en liep een paar pasjes, maar al met al vond hij het toch maar niets. Ik stopte hem weer in de draagzak, en ging huiswaarts.
Toen ik de straat inkwam zag ik Het mannetje weer ijverig in de weer met hark en bezem. Ik kon mijzelf niet bedwingen, en zei: "Kijk Buurman, dit is mijn nieuwe hond". Hij reageerde wat onderkoeld, maar niet volstrekt afwijzend. Hij vroeg me wat voor een soort hond het was, en of ik er een stamboom bij had, want dat laatste scheen hem erg belangrijk toe. Een verkeerde vraag op een onjuist moment: Stamboom? BOOMSTAM? Populier...Dat waren de associaties die zich bij mij onmiddellijk opdrongen, en hinderlijk in de weg bleven zitten. Ik mompelde iets van, over een paar maanden, en maakte dat ik weg kwam.

De kinderen waren nog in school, en ik speelde even met de gedachte om ze maar met het pupje op te halen. Maar die hummel lag net lekker te slapen, dus ik zag maar van die verassing af. Hij had toch al zoveel indrukken te verwerken gekregen.
Plotseling stormden er (veel te vroeg) drie kinderen de kamer binnen. Het is zeker wel 15 minuten wandelen van school naar huis, maar zij bleken die afstand ook in de helft van die tijd te kunnen overbruggen. Hebben jullie onderweg een stuk overgeslagen? Vroeg ik? De grap kwam niet over...Waar is Kelev?! Waar is Kelev?! Nou die lag heel tevreden opgerold onder mijn armen op de bank, en werd niet eens wakker van al die herrie om hem heen. Ach...wat is ie lief...Muisstil zaten wij dus een hele tijd om het slapende bolletje hondenhaar en er werd slechts fluisterend gesproken. Het zijn van die momenten die je niet vergeet.Ogenblikken van smaragd...

Kelev was een heel laconieke pup, eigenlijk vond hij alles best. Hij was niet klagerig of bang, maar eerder een beetje nieuwsgierig. Zijn eerste nacht verliep ook heel rustig temeer daar hij lekker bij ons op bed mocht slapen. Het was nu zaak om die toch wel wat magere pup, weer om te toveren in een hondje dat nog wat "over" had. Puppen moeten een beetje bolle indruk maken. Dat gaat het snelst met slagroom in plaats van water. Nou zeg, hij had trek genoeg, je zag hem uitbreiden. Na een week de slagroom steeds meer aangelengd met water, en binnen no time, was hij aan het juiste gewicht. Maar hij is wel de rest van zijn leven blijven zeuren om een slok melk na zijn eten. Dat moest! Hij dronk het altijd te gulzig en daardoor pompte hij er een grote hoeveelheid lucht mee in zijn maag. Hij liep dan op iemand toe, en liet het liefst zo dicht mogelijk bij je gezicht, een stevige langgerekte boer. Daarmee had hij altijd succes, want de kinderen rolden dan over de vloer van het lachen. Hij maakte er dan ook een hele act van, en ook dat heeft hij de rest van zijn leven volgehouden.

Over zijn geestelijk ontwikkeling had ik zeker geen klachten. Hij was precies wat je van een Duitse herder mag verwachten: Pienter, en oplettend. Dus zijn kleutertijd verliep heel voorspoedig, en op een dag loop je dan plotseling met een slungelige lummel op de hei, die er al helemaal uitziet als een flinke volwassen hond. Alleen die losse ledematen vertellen een ander verhaal. Die pats-poten die nog alle kanten uitzwabberen... en soms wijst er plotseling een oor duidelijk naar links, in plaats van recht naar boven. Ook de aandacht voor iets dat beweegt, en hem doet vergeten waar hij zich bevindt, zodat hij met een rotklap tegen een lantarenpaal loopt, al deze kostelijke zaken...ze zijn voorbij, voordat je het weet.

Kelev werd niet alleen een wat je noemt "mooie jongen". Zijn geestelijk evenwicht werd eveneens heel bijzonder. Niet het soort bijzonderheid dat iedere eigenaar wel een beetje heeft met zijn hond. Die blik is vaak gekleurd door de liefde voor dat dier. Maar als je meerdere honden hebt gehad, en daarbij ook nog een stel probleemhonden van heel nabij hebt meegemaakt, sta je toch wat objectiever tegenover honden, dan wanneer je hond "enigst kind" is. Tenminste, dat hoop ik dan altijd, maar misschien klopt er wel niets van. Bij toeval kwam ik er achter dat Kelev een fabelachtig geheugen had voor de juiste plaats, Hij kon zich in een onbekende omgeving onmiddelijk oriënteren. Ik ontdekte dat toen wij voor het eerst met Kelev op vakantie gingen, en wij jammerlijk verdwaalden in de duistere wouden van Arnhem. Luistert, en huiver...

Wij kwamen wat laat in de middag aan op een fraaie camping even buiten Arnhem. Het was onze eerste vakantie, in een caravan, want wij moesten door mijn rugkwaal afzien van een tent. Het ging eenvoudig niet meer. S'morgens stond ik op als een 15 jaar oude hond die lijdt aan HD, terwijl zijn poten ernstig zijn aangetast door artrose. Piepend en krakend kwam ik dan op gang, en gebruikte als ontbijt een handje fortral gemengd met valium en librium 10. Dan ga je op den duur toch wat minder helder uit je ogen kijken. In een caravan is dat allemaal wat comfortabeler, hoewel ik het niet echt kamperen meer vond. De charme van het primitieve was voorgoed verloren.
De camping was erg mooi, verscholen in de bossen, met als enige buren, een klooster vol met nonnekes. Deze dames waren echt vroege vogels hoor. Ik heb de gewoonte om in de vakantie om 5 uur op te staan, zodat ik kan genieten van de stilte en de opgaande zon. Maar dan zag ik die nonnen al druk in de weer. Misschien behoorden zij wel tot een orde die het slapen verbiedt...

Maar laat ik niet op de gebeurtenissen vooruit lopen...
Wij hadden een mooi plekje gevonden, de caravan van een voortent voorzien, en kelev uitgelegd dat dit de komende twee weken zijn plaats was. Wij besloten de omgeving te gaan verkennen, want het was een schitterende namiddag, en de de bossen met statig ruisende beuken oefenden op mij een welhaast magische aantrekkingskracht uit. Kelev liep opgewonden en vrolijk voor ons uit en kwam neuzen tekort om alles in zich op te nemen. De bossen achter de camping waren glooiend, en werden doorsneden door vriendelijk kabbelende beekjes, waar de hond natuurlijk als een gek in ging rondrennen. Om ons te laten zien hoe nat het wel was, kwam hij van tijd tot tijd zich gezellig bij ons uitschudden, wat tot gevolg had dat wij iedere keer, als een stel verschrikte kippen, gillend uiteen stoven en een goed heenkomen zochten. Dit merkwaardige gedrag van ons, verhoogde zijn feestvreugde aanzienlijk, en al spoedig geraakte hij buiten zichzelf van puur plezier.

Het begon langzamerhand te schemeren, iedereen kreeg een beetje trek, en wij besloten daarom naar de camping terug te keren. Nu kan ik mij doorgaans redelijk goed oriënteren, en ga daarbij af op de stand van de zon, maar door het dichte bladerdak en het late uur, bleek dit hemellichaam plotseling onzichtbaar. Op goed geluk gokte wij op een bepaalde richting, maar wij kwamen alleen langs plaatsen waarvan ik zeker wist dat wij daar in ieder geval niet geweest waren...

Bij een wegkruising stonden wij elkaar besluiteloos aan te kijken. Welke richting zullen wij nu eens inslaan? De kinderen waren moe, ik was ongerust, het werd behoorlijk donker, en behalve Kelev was er geen hond te zien. Na een paar honder meter voelde ik dat kelev plotseling en heel hardnekkig in zijn riem ging hangen, en rechtsaf wilde. Normaal trok hij nooit aan de lijn, behalve als hij nodig moest. Dus ik volgde hem opdat hij een geschikte plaats kon vinden. Maar dat zocht hij niet, hij bleef hardnekkig in één richting lopen, en zette er echt flink de pas in. Wij besloten hem maar te volgen, want wat hadden wij te verliezen nietwaar? Ik wist ook niet welke richting de juiste was.
De hond echter wel, want na een minuut of tien zagen wij plotseling, tot mijn grote opluchting, de lichtjes van de kampeerplaats tussen de bomen schemeren. Kelev kreeg steeds meer haast, en wij sukkelden in looppas achter hem aan. Het vreemde was dat hij ons bracht naar de plek waar wij de camping aan de achterzijde hadden verlaten, door een klein onopvallend klaphekje. Maar daar bleef het niet bij. Hij leidde ons ook zonder een spoor van aarzeling naar de plaats waar onze caravan stond!! Ik kon het niet bevatten. Hij campeerde voor het eerst, hoe kon hij weten waar hij thuis hoorde? Toch lag hij nu op zijn dooie gemak in zijn mand in de voortent. Tijdens de tocht had hij geen moment aarzeling vertoond, alsof hij heel zeker wist dat dit de goede richting was. Ik had toevallig toch niet een wonderhond gekocht? Een dergelijk scenario kom je toch alleen maar tegen in de Lassie films? Ik had grote moeite te geloven dat Kelev dit gedrag zonder instructies of aanwijzingen uit zichzelf kon vertonen. Toch was het zo, dat bleek iedere keer opnieuw, als wij ergens gingen kamperen. Of het nu was bij een boer in Woensdrecht of in Ootmarsum, of ergens in het Jura gebergte in Frankrijk, waar de caravan stond, was zijn huis. Het maakte daarbij geen verschil of de camping nu groot, en voor ons tamelijk onoverzichtelijk was, of alleen maar een weilandje met een paar tenten Hij wist gewoon waar hij "woonde".
Als wij op de camping waren, week hij ook niet van zijn "plaats" Hij lag steevast binnen een straal van een paar meter van de voortent. Vastleggen was niet nodig, hij ging toch niet weg. Het duurde niet lang, of ik ontdekte nog meer wonderlijke eigenschappen bij die fantastische hond...

Terug van vakantie, hernam het leven zijn oude vertrouwde gangetje. Ik was weer actief, en in een razendsnel tempo behoorlijk wat kilo's kwijtgeraakt. Niet door trimmen of joggen, maar door gewoon iedere dag een stevige wandeling in een bedaard tempo te maken. Hoewel..., het oefenen met de hond vraagt ongemerkt veel energie, en dat vreet calorieën vermoed ik. Omdat het spelenderwijs gaat, heb je er geen erg in dat je eigenlijk heel intensief aan het sporten bent op die momenten.

Kelev bleek al die actie heel erg op prijs te stellen, want als ik gewoon doorliep kwam hij werkelijk hengelen en zeuren om een "werkje". Hij had daarbij weinig aanwijzingen nodig, en begreep heel vaak al na een paar keer, wat er werd bedoeld. Zijn voorkeur bleek uit te gaan naar het opsporen van verloren voorwerpen, en daar lag ook zijn grootste talent. Al direct vanaf oefening één, gebruikte hij zijn neus. Het sleepspoor dat ik in het begin had uitgezet was nog maar kort, en veel honden hebben dan de neiging hun ogen te gebruiken in plaats van de neus. Kelev niet. Hij begreep de bedoeling, en als gevolg daarvan kon ik al heel snel een spoor van een paar honderd meter uitzetten, en het zo ingewikkeld maken als ik maar wilde. Zijn vreugde lag in het speuren zelf, niet in de beloning die hij kreeg bij een goed resultaat. Als ik die beloning niet gaf, bleef hij onverminderd enthousiast. Bij iedere geslaagde "vonst" zette hij zich in postuur, en keek mij heel bemoedigend aan. Hij wilde dat ik direct weer opnieuw iets ging verstoppen, en begon vol ongeduld te blaffen als ik aan zijn verlangen niet snel genoeg voldeed. Ik heb mij daarbij wel eens afgevraagd wie er nu met wie aan het oefenen was. Keer op keer werd ik het bos in gestuurd tot ik volgens de hond goed begreep waar het hem nu eigenlijk om ging. Het maakte hem niets uit of ik daar nu een oude zakdoek, een biefstuk of een sleutelbos verstopte, zolang hij maar iets had om terug te brengen. Vanuit de verte kon ik goed zien wanneer hij "beet" had. Dan vloog die staart recht omhoog, en in één rechte lijn kwam hij dan met een zeer trots opgeheven hoofd naar mij toe, ging zitten, en liet het voorwerp voor mijn voeten vallen. En...ging alvast liggen wachten totdat ik klaar was met het volgende spoor. Hij liet zich daarbij niet afleiden door wat dan ook. Ik zag vaak genoeg dat als ik op grote afstand van hem was, er honden vlak langs hem heen liepen en hem zelfs besnuffelden. Hij keurde ze dan nauwelijks een blik waardig. Al zijn aandacht en concentratie waren gericht op "de buit".

Op een dag, waren er werkzaamheden in de straat,(wij kregen Kabel tv) en als gevolg daarvan moest ik achterom lopen. In het gangetje kwam ik ons mannetje tegen die druk bezig was iets op te vegen dat er niet lag. Hij week een beetje schichtig aan de kant, omdat Kelev er niet meer uitzag als een pluizig bolletje onschuld, maar als een tamelijk indrukwekkende weerbare hond. Aan de buitenkant was dan ook niet te zien dat hij een uiterst zachtmoedig karakter had. Ik probeerde het mannetje gerust te stellen, en vertelde hem dat het hier een hond betrof met een gouden hart, die soms rustig midden tussen de konijntjes lag, en er alleen maar voor zorgde dat er niet een afdwaalde. Dat hij zijn eigen poes had, waarmee hij door het hele huis sjouwde, en die hij regelmatig in zijn mand deponeerde, om er vervolgens gezellig bij in slaap te vallen. En die voorzichtiger met mijn kleinkind omging dan ikzelf. Ondertussen stond kelev vriendelijk naar hem te wuiven, en te wachten tot hij aangehaald zou worden. Zover wilde het mannetje echter niet gaan. Wel zij hij dat hij in het gangetje hondenuitwerpselen had aangetroffen. Hij keek mij daarbij aan alsof hij mij ervan verdacht dat ik het daar hoogstpersoonlijk had neergelegd.

Dus legde ik hem uit dat kelev zijn eigen vaste plaats had om zich te ontlasten. En dat ik eigenlijk nooit met de hond door het gangetje wandel, omdat het onpractisch is. Ik denk dat hij mij maar half geloofde, maar hij liet het er verder bij.
Hij had het misschien ook wel te druk, want even later zag ik hem de stoep voor zijn huis schrobben. Hij gebruikte hierbij grote hoeveelheden water, en een hele batterij ontsmettingsmiddelen, vim, jif, andy, wc-eend, en nog enkele flesjes en potjes van onduidelijke herkomst. Op mijn vraag of hij wel schoonmaakmiddel genoeg had, zij hij dat hij zich de laatste tijd steeds meer ergerde aan hondenbezitters die de honden maar aan lieten plassen, en dat het portiek van zijn flat vreselijk stonk. Nu is het mij nooit opgevallen dat hondenurine stinkt, en ik denk dat het voor de meeste mensen ook nauwelijks waarneembaar is, of je moet toevallig een heel gevoelig reukorgaan bezitten... Ik liep maar door, anders had hij mij ook nog de schuld gegeven.

Als ik in de tuin aan het werk ben, knoopt het mannetje vaak een praatje met mij aan. Evenals ik houd hij van het debat, en dat onze meningen lijnrecht tegenover elkaar staan, schijnt hem niet te deren. (mij trouwens ook niet) Alleen als de hond ook in de tuin is, dan vertoont hij zich niet. Hij blijft gewoon bang voor honden, daar heb ik mij bij neergelegd. Hij is er na verloop van enige tijd wel achter gekomen, dat Kelev de boel niet bevuilt, en zure opmerkingen daarover behoren tot het verleden. Als ik met Kelev een beetje aan het oefenen ben, in de straat of in de tuin, dan zie ik hem op een afstand altijd kijken, en op een dag kan er zowaar een soort van compliment af. Hij had niet veel op met honden zei hij, maar voor kelev maakte hij een uitzondering, omdat hij zo gehoorzaam was. Niet leuk, of aardig, maar gehoorzaam. Dat sprak hem het meest aan.
En plotseling bedacht ik dat dit mannetje, dat in mijn ogen, zo overduidelijk zijn leven aan het verknoeien was, best wel eens een product kon zijn van de omstandigheden die zich in zijn verleden hadden voorgedaan.

Hij liet zich vrij eenvoudig verleiden tot ontboezemingen uit zijn jeugdjaren, en wat ik stilletjes vermoedde, bleek allemaal veel erger dan ik gedacht had. Hij was opgegroeid in een streng orthodox Katholiek milieu, en had in zijn leven meer slaag dan eten gekregen. Maar in plaats dat hij daar woedend van geworden was, en zich ertegen had verzet, had hij het geaccepteerd als iets dat eigenlijk heel normaal was. Hij berustte er niet alleen in, hij beweerde zelfs dat het hem had goedgedaan!?

Hier hield mijn begrip op! Hij vertelde zulke krasse staaltjes van grof onrecht, en ruwe behandeling, van dwang en pesterij, van geestelijke onderdrukking, dat ik mij nog wel kon voorstellen dat je daar zelfs al puber machteloos tegenover staat. Dat kan een mens zo volkomen murw maken, dat de gedachte aan verzet eenvoudig niet in je hoofd opkomt. Maar als je dan eenmaal volwassen bent en je blikt eens terug op wat jou allemaal is overkomen, en wat men je als weerloos kind heeft aangedaan, dan ga je daar toch niet iets goeds in ontdekken??? Het leek wel alsof hij was gehersenspoeld!
Nu begon ik ook steeds meer te begrijpen van zijn dwangmatige schoonmaak-woede. En van zijn bewondering voor absolute gehoorzaamheid. Dat zijn twee begrippen die vroeger in orthodoxe kringen met de paplepel werden ingegoten. Reinheid, en gehoorzaamheid.
Zijn bewondering voor gezagsdragers kende dan ook geen grenzen, en toen hij zag dat Kelev een heel gehoorzame hond was, zag hij waarschijnlijk ook in mij een "gezagsdrager". Zijn complimenten golden nooit de hond, hij had geen oog voor de prestaties van dat dier, en al evenmin voor zijn talent en intelligentie. Zijn bewondering ging uit naar mij, als degene die dat toch maar even mooi voor elkaar had gekregen. Toen ik hem probeerde duidelijk te maken dat ik daar heel anders over dacht, begreep hij daar niets van. Het wilde er bij hem eenvoudig niet in, dat ook een hond een geestelijk leven heeft, en een eigen persoonlijkheid bezit. Dat de ene hond nu een maal meer talent heeft meegekregen dan de ander, en dat die talenten ook nog eens grote verschillen kunnen vertonen. Voor hem was een hond, een beest dat gehoorzaam moest zijn, en hij was er van overtuigd dat je iedere hond op precies dezelfde manier moest behandelen om een goed resultaat te krijgen. Een hond kon geen persoonlijkheid hebben, want hij had immers geen ziel...Dat hadden alleen mensen. Een hond had alleen maar instinct punt uit. Dat was hem waarschijnlijk door ouders, paters en nonnen jarenlang ingeprent, en het lukte hem eenvoudig niet meer om die starre opvatting te doorbreken. Voor hem was dat gewoon de waarheid!

Ik kreeg met dit lastige starre mannetje heel veel medelijden. In mijn ogen had men van hem een schim gemaakt, een karikaturale voorstelling van een mens. Uiterlijk had hij er veel van weg, dat wel, maar daarmee hield ook iedere gelijkenis op. Ik kreeg begrip voor zijn starre rigide opvattingen en uitspraken. Hij was niet meer in staat onafhankelijk te denken, want daarmee zette hij zijn hele bestaan op losse schroeven, en dat is bedreigend. Het is voor je eigen gemoedsrust beter in het kwade iets goeds te zien, dan kritische vraagtekens te zetten. Misschien zou hem dat gelukt zijn als hij een jaar of dertig veertig was geweest, maar hij was al zeventig. Op die leeftijd ga je niet nog eens helemaal opnieuw beginnen, want dat zou een erkenning inhouden, dat je hele leven eigenlijk voor niets is geweest. Dat je je al die tijd maar iets hebt laten wijsmaken, en dat je ook nog zo goedgelovig bent geweest om er de opperste waarheid in te zien. Zijn meningsverschillen met mij waren nog slechts een rudiment van zijn begeerte om de "andere kant" te leren kennen. Maar zijn vaste overtuigingen verloochenen, dat ging niet meer.
Ik kan nog niet goed uitdrukking geven aan het gevoel van diepe triestheid dat ik onderging, toen mij duidelijk werd, dat deze arme man nooit de kans had gekregen om zijn lot in eigen handen te nemen. Zijn leven was uitsluitend gericht op Werken en Plicht. De woorden vrolijkheid humor en lichtzinnigheid waren beangstigende begrippen voor hem, en iets waartegen je moest vechten.

Daar loop je dan op een stille winterdag met een half dooie vos in je armen. Achter mij sjokte de witte Nicky, met een ongeinteresseerd gezicht van: "Hij heb weer es wat"... Links van mij, een van opwinding half gare mechelaar Nando, die zich gedroeg alsof hij straks best zin zou hebben in een hapje verse vos. En rechts van mij een overbezorgde Kelev, die af en toe zijn neus begroef in die dikke afhangende vossenstaart, en mij aankeek met een blik van; "Je laat hem toch niet vallen he?"

Nu pas zag ik het praktische nut van goed onder appél staande honden heel duidelijk gedemonstreerd. Ik had beide armen nodig om dat dier vast te houden, en kon mij dan ook niet bekommeren om drie honden die aan de lijn zaten. Zij moesten de hele weg los volgen. Nu waren zij geloof ik ook niet van plan om hun aandacht te laten verslappen, en eens zelfstandig een eindje verderop te gaan kijken. Ben je mal zeg, ik was véééls te interessant. Ik moest alleen Nando regelmatig tot kalmte manen, want hij wilde zijn maaltijd nu al hebben. Of ik niet wist dat warme vos veel beter smaakt dan koude? Ja, dat kon ik niet tegenspreken, maar vos, warm of koud, staat vandaag echt niet op de kaart hoor Nando!

Helaas, ik kon hem niet overtuigen. Kelev wel. Na twee uitvallen in de richting van het vosje, werd Kelev het zat. Hij liep snel voor mij langs, en beet Nando stevig in zijn oor. Nando kwaad, maar Kelev liet niet los. Totdat Nando door zielig piepen te kennen gaf dat hij het nu wel begrepen had. Na een kwartier kwam ons huis in zicht, en ik besloot om geheel tegen mijn gewoonte in, maar aan te bellen. Normaal loop ik met de honden achterom, maar ik had geen handen vrij om sleutels uit mijn broekzak op te diepen, de poort open te maken, daarna de sleutel van de keukendeur...etc. etc.

De bel van de voordeur is aangebracht op neushoogte, dat wil zeggen, mijn neushoogte. Is dat even praktisch? Ik dacht nog toen ik die bel installeerde:"Goh, je hebt allemaal wel eens, dat je met drie honden en een lamme vos wilt aanbellen, en zou neushoogte dan niet de meest praktische plaats zijn, om de bel aan te brengen? En nu was ik blij met mijn vooruitziende blik van destijds. Ik beroerde de bel met mijn neuspunt, en wachtte een kort moment. Mijn vrouw opende de deur met een verschrikt gezicht, en vroeg:"Is er wat gebeurt??" Nou gebeurt er bij ons nooit iets, (nou ja, nooit...)maar toch schrikt zij altijd als ik om een of andere reden niet mijn voorspelbare patroon volg.
Zo heb ik de gewoonte onderweg te fluiten of te zingen. Als ik na de ochtendronde, om een of andere reden vergeet die herrie te veroorzaken, mist Mimi haar "Wekker" en het gevolg daarvan is direkt merkbaar. Er staat dan geen ketel water zachtjes te fluiten, en het stukje kaas voor Baloe ligt ook niet klaar...Sterker nog, er staat ook niemand in de keuken net te doen alsof zij al uren geleden is opgestaan. "Jeetje, ik stond net mijn haar te doen", zegt zij dan;"Ik hoorde je ook niet aankomen"... En dat terwijl het zelfs voor de honden duidelijk is dat zij zojuist in blinde paniek uit haar warme bedje gesprongen kwam, omdat zij gewekt is door gemorrel aan de deur. Ja hoor Mimi...haar doen...tuurlijk... Maar genoeg geroddeld.

Ik heb een cadeautje voor je meegebracht zei ik. Met deze koude winterdagen leek het mij zo leuk jouw een lekker warm bontje te geven, voor om je hals. En ik maakte de rits van mijn jack open, en twee grote verschrikte vossenogen keken haar aan. Aach...Wat een lieverd...Hoe kom je daar nu aan? Wat heeft hij?....En zij begon spontaan te huilen. Ik heb dat vaker bij haar gezien. Als dieren haar zielig aankijken, komt er spontaan een tranenvloed op gang. (Als ik zielig kijk dan werkt dat niet, althans veel minder snel...) Voorzichtig legden wij het vosje op de bank, en keken wij elkaar aan...Wat nu??

Kelev betrok onmiddelijk de wacht voor de bank, en hield Nando op een veilige afstand van "Zijn" vos. Soms besnuffelde hij hem heel even voorzichtig, en gaf hem daarna snel een lik over zijn vacht. Hij was zichtbaar ingenomen met de nieweling, maar helaas voor hem, was er geen sprake van dat wij hem konden houden. Als jij de jongens even in de gaten houdt, dan bel ik de dierenambulance, zei ik. Mimi nam plaats naast het arme dier, en ik zag dat zij hem zachtjes streelde. (Voor iemand die al bang is voor muizen, een opmerkelijk roekeloze daad) Ik draaide het nummer en kreeg een weekend-melding, en de opdracht een ander nummer te bellen. O, jee, dacht ik, nu wordt ik vast van het kastje naar de muur gestuurd, en enige haast leek mij wel gewenst, want ik was er helemaal niet zeker van dat deze vos ons huis levend zou verlaten. Hij vatte het mij allemaal veel te laconiek op voor een gezonde vos, en ik was er bijna zeker van dat hij wel spoedig de geest zou geven.

Maar gelukkig werken er bij de dierenambulance in Hilversum heel toegewijde mensen. Een aardige dame aan de andere kant zei, dat zij onmiddelijk iemand zou sturen. Na amper 10 minuten stopte het busje al voor ons huis. Een meneer trad binnen, haalde geroutineerd even de honden aan, en keek naar de vos. Hij vroeg mij waar ik hem gevonden had, en nog een paar details, pakte de vos voorzichtig in een deken, en zei: "Ik heb de dierenarts al gebeld, en als alles goed gaat, breng ik hem daarna naar het asiel. Hij gaf mij een telefoonnummer, en beloofde mij op de hoogte te houden. Dit was allemaal binnen vijf minuten afgehandeld, en wij konden alleen maar het beste er van hopen.

Een paar uur later belde ik die man op, om te vragen hoe het was gegaan bij de dierenarts. Hij klonk heel vrolijk toen hij zei, dat alles heel erg goed was verlopen. De arts had het vosje onderzocht, en geen kwetsuren gevonden. Hij was verder gezond, en had alleen een shock gehad. (Dat kan heel goed het gevolg zijn geweest van een aanrijding Hij lag ongeveer 50 meter van de weg. Waarschijnlijk was hij gedreven door honger, achter de flats gaan scheumen en had een tik van een auto gekregen bij het oversteken.)

Na een injectie was hij weer overeind gekrabbeld, en hij zat nu inderdaad in het asiel. De volgende dag, belde de directeur van het asiel, en vroeg mij waar ik de vos precies gevonden had, want het beestje was nu zover opgeknapt dat hij hem wel weer los kon laten. Ik vroeg hem langs te komen, want daar wilde ik wel bij aanwezig zijn, en zo tegen de schemering reden wij naar de hei, met achterin de auto een springlevende tierige vos. Toen wij de kooi dan eindelijk opende, aarzelde hij geen ogenblik, en met een paar sprongen verdween hij in de struiken. Ik heb hem nooit meer terug gezien...

Deze episode met de vos blijft in ons hart een heel dierbare herinnering. Niet alleen omdat Kelev zich zo ontroerend zorgzaam had betoond, maar ook omdat het toch een heel bijzondere belevenis was, zo'n wild dier zo stilletjes op een sofa te zien liggen. In gedachten ben ik dan al aan het passen en meten of er niet een mooi hok in de tuin gebouwd kan worden...Een verwerpelijke gedachte, ik weet het, maar hij gaat toch door je heen. Ik denk dat Kelev hem ook graag had willen houden. Maar een vos is nu eenmaal geen huisdier, al wordt hij makkelijk handtam. En het is misdadig om zo'n wild schepsel zijn verdere leven te laten slijten in een hokje. (bovendien mag het niet) Nou ja. Wat mag of niet, daar heb ik mij in het leven niet al te veel van aangetrokken, maar ik weet dat een vos in het wild gewoon beter af is.

Met ons "poetsmannetje" ging het intussen wat minder goed. Kinderen groeien op, en spelen steeds meer buiten. Het hekje voor zijn garage bleek een uitgelezen verzamelpunt voor het jongvolk, om een beetje rond te hangen. U weet hoe dat gaat, en als u het vergeten bent zal ik uw geheugen een beetje opfrissen. Jongetjes sloven zich graag uit voor meisjes. Zij hebben de neiging zich te gedragen als chimpansees. Klauteren zonder duidelijk aanwijsbare reden plotseling tegen een garagemuur omhoog en lopen het volgende moment een beetje wiebelig in de dakgoot te balanceren. Wat je dan vooral niet moet doen is; hard op het raam bonken en woedende gebaren maken in de richting van dat jonge spul. Maar dat deed ons mannetje nu precies wel. Hij dacht dat het hielp, maar het tegendeel was waar. De volgende dag herhaalt de scene zich, omdat het zo vermakelijk is een mannetje zo voorspelbaar te zien reageren. En dat wordt gaandeweg steeds erger. Het is geen kwaardaardigheid van die jongelui, zij vinden het alleen gewoon heerlijk om die onmachtige reacties uit te lokken.

Als hij nu maar eens gewoon bij die jongens op dat muurtje was gaan zitten, en een praatje had aangeknoopt, of een geintje met ze had gemaakt, dan was hij tot de ontdekking gekomen dat je met een roedeltje 10 tot 14 jarige de grootste lol kunt hebben. Maar nee, het mannetje bleek zijn eigen jeugdjaren volkomen vergeten, of had ze nooit gekend, iets dat mij veel aannemelijker leek. Het duurde dan ook niet lang of hij was het mikpunt van allerlei pesterijen, die hij zelf over zich afriep.
Zo zag ik eens, dat hij zich achter zijn garagedeur verdekt opstelde, en gewapend met zijn onafscheidelijke bezem tierend en scheldend tevoorschijn sprong om al dat jeugdig "geteisem" te verjagen. Dat is natuurlijk lachen man...Stelt u zich eens even voor, een manneke van 1.58 m. lang met zilveren haardos dat als een duveltje tevoorschijn springt, en dreigende taal uitslaat. Binnen enkele seconden was hij dan ook omringd door een joelende bende speelse chimpansees. die zich kostelijk vermaakte. Ik zag het hoofdschuddend aan totdat... op een dag de bel ging. En die bel klonk verschrikkelijk boos!

Het mannetje stond op mijn stoep, verwikkeld in een heftig dispuut met mijn dochter. Zij stonden tegen elkaar te schreeuwen, en lieten mij maar zo'n beetje in de deuropening staan. Na een tijdje kwam ik ertussen en vroeg wat er aan de hand was. Wel, dat bleek niet zoveel bijzonders. Mijn dochter had samen met wat andere kinderen op "zijn" tuinmuurtje gezeten, en hij had die kinderen gemaand ergens anders te gaan spelen. Dan moet je net mijn dochter hebben, die meende dat zij het volste recht had plaats te nemen op een muurtje dat de begrenzing vormde van zijn tuin, en de gemeenschappelijke brandgang. Dat had zij hem onomwonden verteld, en daarmee had zij hem regelrecht de gordijnen ingejaagd. In zijn ogen dienden kinderen te allen tijden de aanwijzingen van ouderen zonder tegenspraak op te volgen. Maar ik had mijn kinderen grootgebracht met het idee dat ouderen ook niet alles konden weten, en dat, als hun aanwijzingen onredelijk klonken, je gerust kon vragen waarom ze dit of dat moesten doen, of juist nalaten. Mijn dochter had deze vraag natuurlijk aan het mannetje gesteld, maar ik kon mij de manier waarop zij dat gedaan had heel levendig voorstellen. Wel wetend dat het mannetje bij tegenspraak zou ontploffen van woede, had zij zich zeer uitdagend opgesteld. Zij was echt op uit geweest om hem even het bloed onder zijn nagels vandaan te halen, en natuurlijk zijn zwakke plekken snel ontdekt...Het debat, en de argumenten... Maar het mannetje wilde vanzelfsprekend geen debat aangaan met een "snotneus" van twaalf jaartjes jong, en argumenten had hij waarschijnlijk niet echt voorhanden. Hij wilde gewoon gehoorzaamd worden.

Blinde Gehoorzaamheid is echter nu precies datgene wat mijn kinderen niet gewend waren. Ik heb er bij hen altijd op aangedrongen, te vragen naar het waarom. Juist omdat ik heel goed weet, dat mensen de neiging hebben misbruik te maken van gehoorzaamheid. Het zou te ver voeren de achterliggende gedachten hier uitvoerig te behandelen, maar de geschiedenis van de mensheid staat bol van de misdaden die zijn begaan uit blinde gehoorzaamheid, en niet als gevolg van een misdadige inslag. Laat ik volstaan met de zeggen dat ik niet zo gek ben op "Befehl ist Befehl". Ons mannetje was echter nu juist wel grootgebracht in een sfeer van kadaverdicipline, en was er heilig van overtuigd dat dit de enig juiste manier was om kinderen groot te brengen. Hij trok dan ook openlijk mijn pedagogische kwaliteiten in twijfel met de woorden dat ik mijn kinderen eens moest opvoeden!!
Om een eind te maken aan wat een vruchteloze discussie leek te worden, en verdere escalatie te voorkomen, riep ik mijn dochter binnen, en sloot de deur pardoes voor de neus van het nasputterende mannetje. Ik vertelde mijn dochter dat ik het nogal makkelijk vond om met z'n allen de buurman op de kast te jagen, temeer daar zij ook aan de andere kant van het gangetje op mijn muurtje plaats had kunnen nemen. En dat zij er enkel maar op uit waren om die buurman in de gordijnen te zien klimmen. Ik feliciteerde haar hartelijk met deze "glorieuze" overwinning, maar verzocht haar met klem voortaan een iets weerbaarder slachtoffer uit te kiezen. Mij bijvoorbeeld...

Het is niet eenvoudig te balanceren tussen gehoorzaamheid en het ontwikkelen van een kritische geest. En dat geldt al evenzeer, en misschien nog wel sterker, ten aanzien van het grootbrengen van jonge honden. Aan de ene kant is gehoorzaamheid geboden, al was het alleen maar uit veiligheids overwegingen, aan de andere kant kunnen zich situaties voordoen waarbij het verstandiger is de hond zelf zijn houding te laten bepalen, en een overhaast gegeven bevel naast zich neer te leggen. Dat kan inconsequent lijken, maar ik zie wel eens mensen, (en mijzelf overkomt het ook wel eens) een bevel geven waaraan de hond onmogelijk kan voldoen.
Ik neem maar even een kennismakings ritueel als voorbeeld. Je ziet op enige afstand een flinke hond met de staart recht omhoog op jouw hond afgaan. Jouw hond, ook miet voor een kleintje vervaard, staat pal, en is niet van plan ook maar één centimeter te wijken. Door hun houding voorzie je moeilijkheden, en je geeft jouw hond het bevel:"Kom Hier"! Heel goed mogelijk dat jouw hond aan dat bevel geen gehoor kan geven, omdat als hij dat wel zou doen, hij de kans loopt van achteren aangevallen te worden, daar hij het ritueel niet naar behoren heeft afgewerkt. De tegenstander ziet een gehoorzame hond vluchten, en juist dat, kan de trekker overhalen om maar eens een knokpartij te beginnen. Was het bevel niet gekomen, dan was wellicht een vechtpartij uitgebleven. De honden hadden elkaar besnuffeld, en mogelijk besloten dat er bij een gevecht niets te winnen viel. Dan blijft het vaak bij een voorgeschreven plas, en wandelen beide partijen met stijve beentjes heen. Er zijn wel meer situaties denkbaar waarbij het verstandiger is niet in te grijpen met een bevel, en wat meer durven overlaten aan het beoordelingsvermogen van de hond. Ik bedoel ook niet dat wij de hond inspraak moeten geven, laat staan mede-zeggenschap...Maar ik ben er vaak wel op bedacht dat een hond meer verstand heeft van hondse zaken dan ik. En dat zijn beslissing een bevel te negeren, niet altijd op een gebrek aan appél hoeft te wijzen.
Dat onderscheid leren maken is vaak een kwestie van ervaring, en ervaring is, zoals u weet, de optelsom van al onze fouten.

De verhouding met de buurman raakte door deze ontwikkelingen een beetje onderkoeld. Tot mijn leedwezen moet ik zeggen, want ondanks zijn moeilijke aard, mocht ik hem wel. Dank zij Kelev zou de dooi echter weer spoedig intreden...

Een paar maanden gingen voorbij, maar de buurman wilde maar niet ontdooien. Als het echt niet anders kon, groette hij nog slechts met een stijf afgemeten hoofdknikje, maar eerder gaf hij er de voorkeur aan schielijk te verdwijnen, zodra hij een glimp van mij opving. Intussen had ik in stilte even een babbeltje gemaakt met het jonge spul uit de buurt, en hen gewezen op de vervelende situatie die hun gedrag kon oproepen. Ik ken die kinderen vanaf de dag dat ze nog snotpup waren, en het goede contact dat wij hadden, maakte dat er naar mij geluisterd werd. Het was afgelopen met de plagerijen. Het mannetje kon echter niet weten dat ik hierachter zat, maar het moet hem wel verbaasd hebben denk ik. Of misschien dacht hij wel dat zijn dreigementen hen hadden afgeschrikt, dat zou ook nog kunnen...

Op een avond ging ik, veel later dan gewoonlijk, mijn laatste wandeling maken. Het was volle maan, en zo'n heldere nacht dat ik besloot met Kelev naar de hei te lopen. Ik werd betoverd door de schoonheid en de stilte van de nacht. Alles was overgoten met een helder geel licht, en het was alsof je de dingen nog beter kon onderscheiden dan op klaarlichte dag. Plotseling zag ik een paar meter voor mij uit Kelev ineens verstrakken, en hij bleef als bevroren een paar seconden staan. Met gespitste oren stond hij doodstil...als een standbeeld. Dan draaide hij zich resoluut om, en liep hard naar mij toe. Hij drukte zich tegen mijn been, en stootte een laag vervaarlijk gegrom uit... Al zijn haar stond overeind. Zijn grommen klonk niet luid, maar heel onheilspellend...
Doch hoe ik mij ook inspande, ik zag niets bijzonders, en hoorde ook geen ongewone geluiden. Door de hevige reactie van Kelev wist ik intuitief dat er iets dreigde. Had ik maar zulke scherpe zintuigen als die hond, dacht ik, terwijl ik mijn hartslag voelde versnellen. Een signaal dat er voldoende adrenaline in het bloed word aangemaakt om te vluchten of je te weer te stellen...

Uit voorzorg besloot ik Kelev aan te lijnen, en wilde net zijn halsband omdoen, toen hij met een paar wilde sprongen wegdook, een greppel in, die evenwijdig aan het zandpad liep. Deze greppel was dicht begroeid met brem, en braamstruiken, en ik hoorde aan het geraas dat hij daar dwars doorheen stormde. Toen brak een hels kabaal los!! Boven een woedend geblaf van mijn hond, hoorde ik een zware mannenstem verschrikt vloeken. Godverjuu!! Ik Schrik me de pleuris!!! Even verderop hoor ik nog meer stemmen roepen:"Hee. Wat is daar??!!" Ik zie een zonderlinge gedaante uit de greppel springen en even later Kelev die woedend voor hem staat te blaffen, Vanaf de andere kant van het pad komen ook vreemde gestalten tevoorschijn. Een waar pandemonium breekt los. Ik fluit snoeihard Kelev terug. Braaf als hij is komt hij lijnrecht naar mij toe hollen. Er roepen nu meerdere luide mannenstemmen, en plotseling klinkt er een luide knal, gevolgd door een fluitend gesis... Een vuurbal stijgt recht omhoog, en verspreid een paar seconden later een zo helder lichtschijnsel dat het pijn doet aan mijn ogen. Maar nu kan ik die vreemde shilouetten heel gedetailleerd onderscheiden... Het zijn soldaten in camouflage uitrusting!! De helmen vol takkem en met zwart geschminkte gezichten staan zij daar nu een beetje verwonderd te kijken.
Een van hen komt op mij toelopen. Goedenavond , zeg ik...Het klinkt een beetje raar, na al die commotie...De Man groet beleefd terug. Wat doet u hier zo laat, vraagt hij? Ik laat mijn hond uit, zeg ik. Weet u dat u daarmee in overtreding bent? vroeg hij? Ja verdorie dat is waar ook. Maar daar heb ik nooit bij nagedacht. Er staan bordjes bij de ingang waarop staat: "Vrije toegang op wegen en paden, van zonsopgang tot zonsondergang"... Ik liet mijn hond s'avonds zo vaak uit in dat gebied, dat ik mij helemaal niet meer realiseerde dat het formeel gesproken eigenlijk niet mag. Ik ben zelfs meer dan eens gecontroleerd door patrouilleerende politie, die in de auto je even vluchtig met de schijnwerper beschenen, en soms vroegen wat je daar deed. Maar meestal zagen zij mijn hond ook, en dan vroegen ze niets. Zij maakte zich niet druk over een duidelijk vredelievende wandelaar die even zijn hond uitliet. U hebt volkomen gelijk luitenant zij ik. (Hij was sergeant, maar ik promoveerde hem maar even) Ik heb daar niet bij nagedacht. Anders had ik in ieder geval de hond aan de lijn gehouden. Maar ja, jullie zijn ook zo verrekte onzichtbaar... Dat is de bedoeling ook meneer, zei hij een beetje trots. Hij salueerde en wenste mij een prettige wandeling verder. Hij vermoedde niet dat deze avond een dramatische wending zou nemen, en ik al evenmin...

In alle verwarring die was ontstaan, en om zo snel mogelijk weg te komen van deze militaire oefening, liep ik natuurlijk compleet de verkeerde kant uit. Ik raakte de weg kwijt, en ploegde een tijdje door het mulle zand van een ruiterpad. Plotseling doemde er voor mijn ogen een tank op. Wat nu weer dacht ik? Maar toen schoot het mij te binnen dat er ergens halverwege Laren en Bussum, en oude Sherman tank uit de tweede wereldoorlog midden in de hei stond.
(Als twaalfjarig jongetje gingen wij met een hele ploeg vriendjes daar soldaatje spelen. Welk kind had bij dit spel nu de beschikking over een echte tank? Wij wel, en ik kan u zeggen dat wij met die tank heel wat landen veroverd hebben. Met enkel de onderwerping van Rusland waren wij niet tevreden, Ook in Amerika en Engeland hebben wij gezegevierd. Wat jammer alleen dat wij er niet echt in dat voertuig konden komen. Wij hebben van alles geprobeerd, maar hij was heel solide dichtgelast.)
Het kwam er evenwel op neer dat Kelev en ik precies de verkeerde richting waren ingeslagen, en dat het nog een stevige wandeling zou worden, want ik moest exact in de tegenovergestelde richtig lopen om weer thuis te komen.

Er kwam vrij plotseling een dichte bewolking opzetten, waarachter de maan volledig schuilging. Ik liep van de ene minuut op de andere plotseling in diepe duisternis Bijna werd ik getroffen door een acute hartstilstand toen ik plotsklaps vlak boven mijn hoofd een luguber klinkende stem hoorde schreeuwen...OEHOEHOE! OEHOEHOE!! Christenziele....stomme rot-uil, moet dat per-sé vlak boven mijn kop? Je hoort die vogels met hun geruisloze vleugelslag niet aan komen, en als ze dan een schreeuw geven, is het net alsof je een stem uit de hemel hoort.

Ik besloot nu maar om een beetje evenwijdig aan de provinciale weg te gaan lopen, want ik had geen zin om het spoor nogmaals bijster te raken. In de verte zag ik wat van de straatverlichting door de bomen schemeren, en ik dacht daar maar recht op toe te gaan lopen, toen ik onverwacht de grond onder mijn voeten voelde wegzakken... Een vlijmende pijn schoot door mijn rug, en snakkend naar adem bleef ik even liggen op de bodem van een behoorlijk diepe kuil. Toen ik overeind probeerde te krabbelen, bemerkte ik al kermend dat ik finaal door mijn rug geschoten was. Ook dat nog...Het is nog ruim een uur te gaan op twee benen, maar één daarvan had het opgegeven, en vertoonde de mij maar al te goed bekende verlammings verschijnselen. Kelev stond aan de rand van de kuil zachtjes te piepen, want hij maakte zich ongerust. "Stil maar jong...het komt allemaal goed, als ik eerst maar die verdomde kuil uit kan komen". Hinkend en zowat jankend van pijn klauterde ik tegen de steile rand omhoog, en zakte een paar maal weer net zo hard naar beneden. Ik moest even goed kijken of er niet een plaats was met wat minder steile kanten. Aan de andere kant van de kuil rees de wand niet zo loodrecht omhoog, en daar lukte het mij met veel moeite, uit mijn benarde positie te komen...

Ik ging behoorlijk vermoeid even op de rand van de kuil zitten, en liet mij benen naar beneden bungelen, dat verlichtte de pijn wel enigsins, maar op die manier kwam ik geen stap dichter bij mijn bed. Kelev kwam dichbij mij zitten keek mij een beetje meewarig aan, en gaf mij plotseling een lebber dwars op de platte bek. Nou ja, fris is anders, maar toch doet het goed op zo'n moment. Ik had het geruststellende gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Maar lopen ging echt nog even niet. Gelukkig, dacht ik, was ik in het bezit van een behoorlijk krachtige pijnstiller, en ik besloot er maar meteen een paar tegelijk van in te nemen. Daarna was het gewoon een kwestie van een half uurtje wachten, tot de werkzame stof in het bloed zou zijn opgenomen, en de pijn zou verminderen.
Na een poosje merkte ik aan de aangename tinteling van mijn handen, dat de pillen deden wat zij behoorden te doen, en nog wel wat moeizaam krabbelde ik overeind, en zei:"Kom Kelevhond, we gaan maar eens naar huis".

Wat er daarna gebeurt is weet ik niet meer...(Vrijwel zeker door een te hoge dosis van die overheerlijke pijnstiller)

Alleen dat ik de voordeur opende, en in de gang het bewustzijn verloor. Mijn kleren waren aan flarden, en ik had overal diepe verwondingen, alsof ik dwars door een aantal rollen prikkeldraad was gelopen. Ik werd wakker omdat de huisarts aan mij stond te schudden, en toen dat niet het door hem gewenste resultaat opleverde, begon hij mij links en rechts in mijn gezicht te slaan.
Toen ik de wereld weer wat minder wazig begon te zien, merkte ik dat ik in de huiskamer op de bank lag, met een ongeruste Kelev aan het voeteneinde. Ik vroeg wat er gebeurt was, en of de dokter soms een kop koffie wilde... Later vertelde mijn vrouw dat ik nog veel meer wartaal had uitgelagen. De dokter had mij een injectie gegeven, waarna ik in een diepe slaap was gevallen.
De volgende dag probeerde ik moeizaam te reconstrueren wat er die nacht was voorgevallen, maar ik kwam niet verder dan de episode bij de kuil...En daarna??...Alof iemand het licht had uitgedaan! Niets weet ik ervan.

Op de een of andere raadselachtige manier heeft Kelev mij naar huis gebracht, en wie weet waarvoor hij mij onderweg allemaal heeft behoed. En weer besefte ik heel duidelijk dat deze onafscheidelijke vriend een heel bijzondere hond moest zijn.
Vanaf die nacht, dat ik was overgeleverd aan het verstand en het beoordelingsvermogen van Kelev, is de verstandhouding die wij hadden, veel inniger geworden dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. En nu ik deze woorden neerschrijf, wordt mijn hart zwaar... Ik besef ten volle de gebrekkigheid van de taal, in vergelijking tot de rijkdom van het gevoel. Ik ben bang dat ik nooit in staat zal zijn dat gevoel om te zetten in woorden. Taal is een zwart wit film, maar gevoel kent vele kleuren...

Van die enorme black-out heb ik verder weinig hinder ondervonden. Ik heb er slechts een paar oppervlakkige lidtekens aan overgehouden. Van de dokter moest ik het een paar dagen heel kalm aan doen want hij dacht dat ik ook "overwerkt" kon zijn. Dat was wel niet zo, (ik had helemaal geen werk)maar om er van af te zijn speelde ik braaf Ja, ja, en ging ik door waar ik gebleven was.

En vlak voor het slapen gaan, als alles rustig was en stil, ging ik altijd nog even naar buiten, deed de garage op slot, en liep nog even langs "hotel de zenuwen". Dat was de naam van het reusachtig konijnenhok met vele verdiepingen dat ik had getimmerd van oude kratten. Ik was goed bevriend met een handelaar in motorfietsen, en hij kreeg zijn motoren aangeleverd in kratten van heel dik vurenhout. Die kratten gooide hij weg, dus op mijn vraag of ik er een paar mocht hebben kreeg ik als antwoord :"tuurlijk, hoeveel? 100? 200? meer??
Nu had ik aan een stuk of tien meer dan genoeg, en daaruit bouwde ik een compleet konijnenflatgebouw. Mooie ruime hokken, en nog warm in de winter ook. Na voltooing bleek het gevaarte 5 ton te wegen, dus de kans dat het zou wegwaaien was tot nul gereduceerd. Ik heb zelfs wel eens overwogen mijn huis maar aan dat konijnenhok vast te binden voor wat meer stabiliteit... Mijn vrouw vond dat wat overdreven, het huis stond stevig genoeg dacht zij.

Kelev vergezelde mij altijd op deze late inspectie, want dan mocht hij altijd even een konijntje wassen. Hij was evenals ik, gek op die beestjes, en zat altijd al lang vol ongeduld te wachten voor het hok, voordat ik daar eindelijk eens arriveerde. Volgens hem waren konijnen altijd smerig, want zodra ik er een voor zijn neus hield kreeg dat beestje een wasbeurt van onder tot boven. Na afloop was het diertje dan ook niet meer herkenbaar als konijn, maar leek het nog het meest op een rat met krulspelden.

Die avond reageerde kelev echter anders dan ik gewend was. Hij bleef midden in de tuin staan, en keek heel ingespannen naar de tuin van het buurmannetje. Ik probeerde te ontdekken wat zijn aandacht trok, maar het was nogal donker. Blijkbaar was iedereen al aan het slapen, want ik zag in die hele rij flats maar een paar spaarzame lampjes branden.
Plotseling hoorden wij iets vallen. Het geluid van een metalen voorwerp dat op een betonvloer klettert. Kelev gaf een nijdige grom, sprong met een sierlijke boog over het muurtje en belandde in de tuin van de buurman. En daar maakte hij mij toch een spectakel!!! Hij was normaal wel waaks, maar overdreef het nooit. Als er iets ongewoons was blafte hij wel eens kort, maar daar hield hij het in de regel bij. Doch deze keer stortte hij zich er echt helemaal in, en was niet tot bedaren te brengen. Hier en daar gingen lichten aan, en verschenen er hoofden voor ramen.
Plotseling zag ik een donkere gedaante zich losmaken van de duistere achtergrond op het balkon van de buurman. Met een forse zwaai sprong hij over de railing, en viel naar beneden. Eenmaal op de begane grond, begon die kerel te lopen alsof de duivel hem op de hielen zat. Ik brulde HALT! STAAN BLIJVEN! POLITIE!! Maar dat had alleen maar tot gevolg dat er nu nog meer lichten aangingen, en het aantal hoofden voor ramen verdubbelde zich. Die man was echter verdwenen. Ik floot Kelev en samen renden wij door de brandgang, maar er was geen spoor van de duistere vreemdeling te bekennen. Kelev die het allemaal wel opwindend vond, had er geen flauw benul van dat ik het wel aardig gevonden zou hebben als hij deze geheimzinnige figuur eens aan zijn broek was gaan hangen. Maar ja, dat had ik hem nooit geleerd. Dus weer geen foto van ons samen op de voorpagina!

Wel werd er de volgende morgen aangebeld, en tot mijn verbazing stond het buurmannetje voor mijn neus. Hij overhandigde mij een overdreven grote doos met spullen die hij zojuist bij de dierenwinkel had aangeschaft. Allerhande lekkernijen genoeg om een flinke koppel deense doggen een maand lang op gewicht te houden. Dat was, zo zei hij, voor de held van de straat, en hij klopte Kelev zowaar een paar keer vriendelijk in zijn hals. Van de omwonenden had hij vernomen, dat de inbreker door kelev (met gevaar voor eigen leven, zei hij) op de vlucht was gejaagd, en wie weet wat voor onheil daarmee was afgewend. Ik probeerde dat "gevaar voor eigen leven" nog wat af te zwakken maar daar wilde hij niets van weten. Hij prees mijn hond regelrecht de hemel in.
Hij voegde er nog aan toe dat er wat moeilijkheden tussen ons geweest waren, maar daar wilde hij best zand over doen. Vanaf die dag tot aan zijn dood is hij ons weer op zijn ouderwetse wijze gaan groeten, en hij heeft nooit meer een zure opmerking gemaakt over één van mijn huisdieren. Een paar maanden later begon hij te sukkelen, werd plotseling blind, en overleed kort daarna.
Zijn vrouw die 10 jaar ouder was dan hij, verhuisde kort daarop naar een bejaardenwoning, en na een poosje bleek zijn flat plotseling bewoond door nieuwe mensen. Een jong gezin met kinderen en een paar honden. De tegels in de tuin verdwenen tesamen met de lachwekkende boompjes. Daarvoor in de plaats kwamen planten en heesters van allerlei soort, en die mochten groeien waar en hoe zij maar wilde. De randjes van het gras werden niet met een nagelschaartje op maat gehouden, en tussen de tegels van de brandgang schoten de wilgenroosjes en de koekoeksbloemen omhoog. Op zondag hing er geen zwart pak meer buiten... En alles wat herinnerde aan "Piet de poetser" was binnen een paar maanden volledig uitgewist, als had hij daar nooit gewoond.

Een heel leven voor niets...
Een zin die spontaan in mij naar boven kwam toen ik overdacht hoe het leven van dat mannetje zich had voltrokken. Een zin waaraan ik dit verhaal heb opgehangen, omdat ik met hem te doen had. Want iemand die zijn halve leven wegsmijt aan het verrichten van dwanghandelingen, en zich de resterende tijd loopt te verbijten van ergernis, over het gedrag van mens en dier in zijn onmiddelijke omgeving, kan geen gelukkig mens zijn. Hem ontbreekt de tijd. Tijd die je tekort komt als je onbekommerd wilt genieten van je omgeving, met alles wat zich daarin aan leven voordoet. Als je het weinige talent dat je bezit weet uit te buiten en te ontplooien. Als je onafhankelijk wenst te blijven nadenken, en je niet laat beinvloedden door de dwang van benepen fatsoensrakkerij. Dan houdt een mens nog maar weinig tijd over om te "poetsen"... En al helemaal geen tijd om zich te ergeren.
Ik vergelijk het altijd een beetje met het opvallende verschil tussen Zwitsers en Belgen. In zwitserland voel ik mij niet thuis, want daar zijn zelfs de bergen aangeharkt. Alles zit daar zo keurig in de verf, en iedereen is de hele dag druk. Het is een land van tobberige poetsers, en de bewoners hebben geen tijd voor een praatje, want zij moeten nog iets schilderen. In België voel ik mij meer op mijn gemak. Iedereen maakt er z'n eigen rommeltje. Van een eenvormige bouwstijl is geen sprake en de gemiddelde Belg heeft helemaal geen tijd om iets te schilderen, want hij moet nog met iemand praten...

Dus voor te bezorgde poetsers onder u...Ga nou eens even lekker zitten, en laat je hond wat kliederen in een modderplas. Kijk er goed naar, en geniet.
En voor hen die dat elke dag al doen...Wanneer ruim je die kolerezooi eens op?!

Kelev

Top

Verhalen:

¤   Copyright Jumping Boxers 2002-2006©   ¤   Made by bLinKing Design   ¤