|
Home |
Odin |
Informatie |
Lezen |
Overige |
Links |
Interactief |
Contact |
|
| Lezen - Verhalen - Een heel leven voor niets... |
Een heel leven voor niets... Een tiental jaren geleden woonde er naast ons een klein mannetje. Dit mannetje was alles dat ik niet was. Hij was uiterst rechts, tamelijk welgesteld, en boven alles heel precies. En hij bemoeide zich letterlijk overal mee! Des Zondags ging hij getrouw ter kerke, en naar verluid zong
hij daar niet onverdienstelijk de tenorpartij in het koor. "Daar kan je als vrouw mee voor de dag komen", zei mijn
wederhelft wel eens, als zij zin had om mij de ziekte in het lijf
te jagen. Nu had zij daarin geen ongelijk, want als er iets is
wat je met mij beter niet kunt doen, dan is het wel je ergens met
mij in het openbaar vertonen. Het kan mij niet schelen of mijn
haar goed zit, ik denk van wel maar ga dat bijna nooit
controleren. Ook komt het wel voor dat ik twee verschillend
gekleurde sokken draag, waarvan er minstens één
binnenstebuiten zit. Een trui trek ik heel vaak achterstevoren
aan, maar ik denk wel vaak: "he, wat zit dat ding toch
ongemakkelijk"... Schoenen is een hoofdstuk apart. Poetsen? Ok,
tanden ja, maar Schoenen? Er bestonden volgens hem maar twee kleuren zwart en wit. Compromis was een woord dat hij niet kende, en ook niet wenste te kennen. Iets was waar of onwaar, maar kon nooit een béétje waar zijn. Hij was bezeten van de gedachten dat de communisten het op Nederland, en meer in het bijzonder op Hem hadden voorzien, en alle krantenberichten die hij las duidden volgens hem op één grote rode conspiratie. Deze complotgedachte was een obsessie voor hem en hij verzuchtte menigmaal dat als hij nu maar wat jonger was, hij dat rode tuig wel allemaal over de kling zou jagen. Hoe hij dergelijke gedachten in overeenstemming bracht met zijn levensovertuiging, die toch voornamelijk en met enige nadruk spreekt over naastenliefde, heb ik nooit kunnen achterhalen, maar het moet een heel ingewikkelde redenering geweest zijn. En u zult moeite hebben mij te geloven, maar hij had een hekel aan dieren. Dieren kon hij uitsluitend zien in gebakken of gebraden vorm, en voor zover zij dat nog niet waren, vormden zij voor hem slechts een bron van ergernis en overlast. Katten die zijn tuin aandeden, werden met luid gesis verjaagd, en houtduiven moesten het ook niet in hun hoofd halen op zijn balkon plaats te nemen. De deuren vlogen dan open, en met een heftig KKSSJJJTT!!! KKSSJJJTT!!! Werd hen te verstaan gegeven dat zij naar elders moesten gaan. Ik dacht aanvankelijk dat dit was om zijn Zondagse pak te beschermen, maar al snel viel het mij op dat hij dit gedrag ook vertoonde als zijn pak er niet hing. Als er even niets te verjagen viel, poetste hij zijn auto. Dit voertuig had hij innig lief, en dat kon je ook zien aan de bijna tedere gebaren waarmee hij een smetteloze lap over zijn brandschone wagen haalde. Een mooie zilverkleurige luxe auto was het, waar echter in het geheel niet mee gereden werd. Behalve van en naar de kerk, kwam de auto alleen uit de garage om gepoetst te worden. En dat was zo in het oog lopend vaak, dat hij in de buurt niet bekend stond onder zijn eigen naam, maar algemeen werd aangeduid als; "Piet de Poetser". Het manneke was behalve erg proper, en ijverig, ook bezeten
van een territoriumdwang. Dat ging heel ver, zo ver zelfs, dat
hij de brandgang die grensde aan zijn achtertuin, ook als zijn
gebied beschouwde. Dat was wel handig, want hij nam het onderhoud
ook daar volledig voor zijn rekening. Als ik achterom wilde met
mijn fiets, hoefde ik alleen maar even te bellen, en dan stapte
hij beleefd met zijn hark opzij. Hij zag er op toe dat er in die
brandgang niets groeide. Ieder sprietje dat de brutaliteit had de
kop op te steken, werd met wortel en tak uitgeroeid. Het pad werd
daarna zo zorgvuldig aangeharkt, dat ik soms de aanvechting
kreeg, mijn fiets maar op te tillen om niet van die lelijke
bandensporen achter te laten, maar ja, waar laat je dan je
voetstappen nietwaar? Nu had ik in die dagen geen hond. Mijn laatste hond was
gestolen, en het heeft enige tijd geduurd voordat ik over die
schok heen was. Ik durfde geen andere hond te nemen in die tijd.
Want aan de ene kant hoop je dat hij nog terugkomt, en aan de
andere kant was ik vreselijk bang dat zich zoiets nog eens zou
kunnen voordoen... Maar na een aantal jaren wordt het gemis toch
te groot, en het verlangen naar een nieuwe Duitse herder was niet
langer te onderdrukken. Daar kwam nog bij dat ik in die tijd was
afgegleden in een toestand van lethargie, omdat de noodzaak
dagelijks de deur uit te gaan om in weer en wind een paar uur te
wandelen, was weggevallen. Het akelige gevolg was dat ik zo vet
werd als een slecht gestopte worst. Toen ik uiteindelijk 110 kg
woog en moeite had mijn schoenveters te zien, viel mijn besluit.
Er kwam een hond, want ik was te eenzaam. Toen mijn kinderen hoorden van mijn plan een pup te kopen, waren ze zo enthousiast dat zij spontaan hun spaarpot openbraken om een bijdrage te leveren in de aanschafkosten. Ik heb hun geld aangenomen. Nu kon ik die 800 gulden zelf ook wel bij elkaar scharrelen, maar daarmee zou ik hun iets hebben ontnomen. Verantwoordelijkheid begint daar, bij de aanschaf! Het besef dat ze konden zeggen: "Ik heb zijn staart betaald". Waarop de ander kon roepen: "Maar die oren zijn van mij".... Het leek mij verstandig dit geld aan te nemen, en zo is het ook gebeurd. Maar ik had het er wel moeilijk mee. Ze gaven alles wat ze op dat moment hadden, en die ruimhartigheid kan je alleen maar belonen door het gewoon aan te nemen. En och, wat hebben zij mee geholpen een pup uit te zoeken.
Stad en land reisden wij af, om een geschikt nest te vinden. De
teleurstelling op die kindersnoeten als ik niet tevreden was.
Voor hen waren het allemaal schattige puppies, en ik moest een
aantal keren echt keihard nee zeggen. Een fokker in Utrecht. De
hond met jongen en al, in een haastig in elkaar gesmeten krat op
het balkon. Tocht en nattigheid, drie hoog, geen lift, arme
moeder...Nee! Dan een boerderij in de Flevo polder. De honden in
een loods ver weg van het woonhuis, zonder toezicht, met jongen
die al weg hadden moeten zijn, en de moeder werkelijk
uitgemergeld hadden. Een verzenuwd hoopje Duitse herder, zonder
mogelijkheid aan de terreur van haar jongen te ontkomen...Nee! Na
nog twee maal nee, besloot ik mijn kinderen niet meer mee te
nemen. Nadat de eigenaar mij stevig had uitgehoord zei
hij mij, dat ik best een pup mocht hebben Er waren vier teven en
slechts één reu. Da's mooi, bromde ik. Ik kan
kiezen uit één. (Want ik wilde heel graag een reu)
Het maakte de beslissing erg eenvoudig. Deze dan maar?!... Mijn pup was een heel bescheiden hondje. Hij werd overvleugeld
door zijn zussen, die er op toe zagen dat hij overal het laatst
aan de beurt was. Hij was dan ook na 8 weken de magerste van het
stel. Hij was niet echt ondervoed, maar had ook niets over... Het
was tijd dat hij het nest verliet, en wat extra individuele
aandacht kreeg. Ik moest hem weer met de trein gaan ophalen. De
fokker woonde ongeveer vijf Kilometer buiten Apeldoorn, dus een
ideale manier om rustig met je nieuwe pup te beginnen. Hun aanbod
om mij met de auto terug te brengen wees ik vriendelijk van de
hand. En zo togen Kelev en ik huiswaarts. Hoewel een pup van acht
weken niet zwaar is, was ik toch blij dat ik een babyzak had
meegenomen. Want na een aantal kilometers weegt zo'n beestje toch
meer dan je denkt. Toen de puppenbeentjes een beetje moe dreigden
te worden, verdween Kelev dan ook snel in die draagzak, en viel
op het ritme van mijn stappen al heel snel in een diepe tevreden
slaap. Hij bleef ook gedurende de treinreis lekker doorslapen.
Eenmaal in Hilversum werd hij wakker, deed een plas, en was vol
belangstelling voor zijn nieuwe omgeving. De kinderen waren nog in school, en ik speelde even met de
gedachte om ze maar met het pupje op te halen. Maar die hummel
lag net lekker te slapen, dus ik zag maar van die verassing af.
Hij had toch al zoveel indrukken te verwerken gekregen. Kelev was een heel laconieke pup, eigenlijk vond hij alles best. Hij was niet klagerig of bang, maar eerder een beetje nieuwsgierig. Zijn eerste nacht verliep ook heel rustig temeer daar hij lekker bij ons op bed mocht slapen. Het was nu zaak om die toch wel wat magere pup, weer om te toveren in een hondje dat nog wat "over" had. Puppen moeten een beetje bolle indruk maken. Dat gaat het snelst met slagroom in plaats van water. Nou zeg, hij had trek genoeg, je zag hem uitbreiden. Na een week de slagroom steeds meer aangelengd met water, en binnen no time, was hij aan het juiste gewicht. Maar hij is wel de rest van zijn leven blijven zeuren om een slok melk na zijn eten. Dat moest! Hij dronk het altijd te gulzig en daardoor pompte hij er een grote hoeveelheid lucht mee in zijn maag. Hij liep dan op iemand toe, en liet het liefst zo dicht mogelijk bij je gezicht, een stevige langgerekte boer. Daarmee had hij altijd succes, want de kinderen rolden dan over de vloer van het lachen. Hij maakte er dan ook een hele act van, en ook dat heeft hij de rest van zijn leven volgehouden. Over zijn geestelijk ontwikkeling had ik zeker geen klachten. Hij was precies wat je van een Duitse herder mag verwachten: Pienter, en oplettend. Dus zijn kleutertijd verliep heel voorspoedig, en op een dag loop je dan plotseling met een slungelige lummel op de hei, die er al helemaal uitziet als een flinke volwassen hond. Alleen die losse ledematen vertellen een ander verhaal. Die pats-poten die nog alle kanten uitzwabberen... en soms wijst er plotseling een oor duidelijk naar links, in plaats van recht naar boven. Ook de aandacht voor iets dat beweegt, en hem doet vergeten waar hij zich bevindt, zodat hij met een rotklap tegen een lantarenpaal loopt, al deze kostelijke zaken...ze zijn voorbij, voordat je het weet. Kelev werd niet alleen een wat je noemt "mooie jongen". Zijn geestelijk evenwicht werd eveneens heel bijzonder. Niet het soort bijzonderheid dat iedere eigenaar wel een beetje heeft met zijn hond. Die blik is vaak gekleurd door de liefde voor dat dier. Maar als je meerdere honden hebt gehad, en daarbij ook nog een stel probleemhonden van heel nabij hebt meegemaakt, sta je toch wat objectiever tegenover honden, dan wanneer je hond "enigst kind" is. Tenminste, dat hoop ik dan altijd, maar misschien klopt er wel niets van. Bij toeval kwam ik er achter dat Kelev een fabelachtig geheugen had voor de juiste plaats, Hij kon zich in een onbekende omgeving onmiddelijk oriënteren. Ik ontdekte dat toen wij voor het eerst met Kelev op vakantie gingen, en wij jammerlijk verdwaalden in de duistere wouden van Arnhem. Luistert, en huiver... Wij kwamen wat laat in de middag aan op een fraaie camping
even buiten Arnhem. Het was onze eerste vakantie, in een caravan,
want wij moesten door mijn rugkwaal afzien van een tent. Het ging
eenvoudig niet meer. S'morgens stond ik op als een 15 jaar oude
hond die lijdt aan HD, terwijl zijn poten ernstig zijn aangetast
door artrose. Piepend en krakend kwam ik dan op gang, en
gebruikte als ontbijt een handje fortral gemengd met valium en
librium 10. Dan ga je op den duur toch wat minder helder uit je
ogen kijken. In een caravan is dat allemaal wat comfortabeler,
hoewel ik het niet echt kamperen meer vond. De charme van het
primitieve was voorgoed verloren. Maar laat ik niet op de gebeurtenissen vooruit lopen... Het begon langzamerhand te schemeren, iedereen kreeg een beetje trek, en wij besloten daarom naar de camping terug te keren. Nu kan ik mij doorgaans redelijk goed oriënteren, en ga daarbij af op de stand van de zon, maar door het dichte bladerdak en het late uur, bleek dit hemellichaam plotseling onzichtbaar. Op goed geluk gokte wij op een bepaalde richting, maar wij kwamen alleen langs plaatsen waarvan ik zeker wist dat wij daar in ieder geval niet geweest waren... Bij een wegkruising stonden wij elkaar besluiteloos aan te
kijken. Welke richting zullen wij nu eens inslaan? De kinderen
waren moe, ik was ongerust, het werd behoorlijk donker, en
behalve Kelev was er geen hond te zien. Na een paar honder meter
voelde ik dat kelev plotseling en heel hardnekkig in zijn riem
ging hangen, en rechtsaf wilde. Normaal trok hij nooit aan de
lijn, behalve als hij nodig moest. Dus ik volgde hem opdat hij
een geschikte plaats kon vinden. Maar dat zocht hij niet, hij
bleef hardnekkig in één richting lopen, en zette er
echt flink de pas in. Wij besloten hem maar te volgen, want wat
hadden wij te verliezen nietwaar? Ik wist ook niet welke richting
de juiste was. Terug van vakantie, hernam het leven zijn oude vertrouwde gangetje. Ik was weer actief, en in een razendsnel tempo behoorlijk wat kilo's kwijtgeraakt. Niet door trimmen of joggen, maar door gewoon iedere dag een stevige wandeling in een bedaard tempo te maken. Hoewel..., het oefenen met de hond vraagt ongemerkt veel energie, en dat vreet calorieën vermoed ik. Omdat het spelenderwijs gaat, heb je er geen erg in dat je eigenlijk heel intensief aan het sporten bent op die momenten. Kelev bleek al die actie heel erg op prijs te stellen, want als ik gewoon doorliep kwam hij werkelijk hengelen en zeuren om een "werkje". Hij had daarbij weinig aanwijzingen nodig, en begreep heel vaak al na een paar keer, wat er werd bedoeld. Zijn voorkeur bleek uit te gaan naar het opsporen van verloren voorwerpen, en daar lag ook zijn grootste talent. Al direct vanaf oefening één, gebruikte hij zijn neus. Het sleepspoor dat ik in het begin had uitgezet was nog maar kort, en veel honden hebben dan de neiging hun ogen te gebruiken in plaats van de neus. Kelev niet. Hij begreep de bedoeling, en als gevolg daarvan kon ik al heel snel een spoor van een paar honderd meter uitzetten, en het zo ingewikkeld maken als ik maar wilde. Zijn vreugde lag in het speuren zelf, niet in de beloning die hij kreeg bij een goed resultaat. Als ik die beloning niet gaf, bleef hij onverminderd enthousiast. Bij iedere geslaagde "vonst" zette hij zich in postuur, en keek mij heel bemoedigend aan. Hij wilde dat ik direct weer opnieuw iets ging verstoppen, en begon vol ongeduld te blaffen als ik aan zijn verlangen niet snel genoeg voldeed. Ik heb mij daarbij wel eens afgevraagd wie er nu met wie aan het oefenen was. Keer op keer werd ik het bos in gestuurd tot ik volgens de hond goed begreep waar het hem nu eigenlijk om ging. Het maakte hem niets uit of ik daar nu een oude zakdoek, een biefstuk of een sleutelbos verstopte, zolang hij maar iets had om terug te brengen. Vanuit de verte kon ik goed zien wanneer hij "beet" had. Dan vloog die staart recht omhoog, en in één rechte lijn kwam hij dan met een zeer trots opgeheven hoofd naar mij toe, ging zitten, en liet het voorwerp voor mijn voeten vallen. En...ging alvast liggen wachten totdat ik klaar was met het volgende spoor. Hij liet zich daarbij niet afleiden door wat dan ook. Ik zag vaak genoeg dat als ik op grote afstand van hem was, er honden vlak langs hem heen liepen en hem zelfs besnuffelden. Hij keurde ze dan nauwelijks een blik waardig. Al zijn aandacht en concentratie waren gericht op "de buit". Op een dag, waren er werkzaamheden in de straat,(wij kregen Kabel tv) en als gevolg daarvan moest ik achterom lopen. In het gangetje kwam ik ons mannetje tegen die druk bezig was iets op te vegen dat er niet lag. Hij week een beetje schichtig aan de kant, omdat Kelev er niet meer uitzag als een pluizig bolletje onschuld, maar als een tamelijk indrukwekkende weerbare hond. Aan de buitenkant was dan ook niet te zien dat hij een uiterst zachtmoedig karakter had. Ik probeerde het mannetje gerust te stellen, en vertelde hem dat het hier een hond betrof met een gouden hart, die soms rustig midden tussen de konijntjes lag, en er alleen maar voor zorgde dat er niet een afdwaalde. Dat hij zijn eigen poes had, waarmee hij door het hele huis sjouwde, en die hij regelmatig in zijn mand deponeerde, om er vervolgens gezellig bij in slaap te vallen. En die voorzichtiger met mijn kleinkind omging dan ikzelf. Ondertussen stond kelev vriendelijk naar hem te wuiven, en te wachten tot hij aangehaald zou worden. Zover wilde het mannetje echter niet gaan. Wel zij hij dat hij in het gangetje hondenuitwerpselen had aangetroffen. Hij keek mij daarbij aan alsof hij mij ervan verdacht dat ik het daar hoogstpersoonlijk had neergelegd. Dus legde ik hem uit dat kelev zijn eigen vaste plaats had om
zich te ontlasten. En dat ik eigenlijk nooit met de hond door het
gangetje wandel, omdat het onpractisch is. Ik denk dat hij mij
maar half geloofde, maar hij liet het er verder bij. Als ik in de tuin aan het werk ben, knoopt het mannetje vaak
een praatje met mij aan. Evenals ik houd hij van het debat, en
dat onze meningen lijnrecht tegenover elkaar staan, schijnt hem
niet te deren. (mij trouwens ook niet) Alleen als de hond ook in
de tuin is, dan vertoont hij zich niet. Hij blijft gewoon bang
voor honden, daar heb ik mij bij neergelegd. Hij is er na verloop
van enige tijd wel achter gekomen, dat Kelev de boel niet
bevuilt, en zure opmerkingen daarover behoren tot het verleden.
Als ik met Kelev een beetje aan het oefenen ben, in de straat of
in de tuin, dan zie ik hem op een afstand altijd kijken, en op
een dag kan er zowaar een soort van compliment af. Hij had niet
veel op met honden zei hij, maar voor kelev maakte hij een
uitzondering, omdat hij zo gehoorzaam was. Niet leuk, of aardig,
maar gehoorzaam. Dat sprak hem het meest aan. Hij liet zich vrij eenvoudig verleiden tot ontboezemingen uit zijn jeugdjaren, en wat ik stilletjes vermoedde, bleek allemaal veel erger dan ik gedacht had. Hij was opgegroeid in een streng orthodox Katholiek milieu, en had in zijn leven meer slaag dan eten gekregen. Maar in plaats dat hij daar woedend van geworden was, en zich ertegen had verzet, had hij het geaccepteerd als iets dat eigenlijk heel normaal was. Hij berustte er niet alleen in, hij beweerde zelfs dat het hem had goedgedaan!? Hier hield mijn begrip op! Hij vertelde zulke krasse staaltjes
van grof onrecht, en ruwe behandeling, van dwang en pesterij, van
geestelijke onderdrukking, dat ik mij nog wel kon voorstellen dat
je daar zelfs al puber machteloos tegenover staat. Dat kan een
mens zo volkomen murw maken, dat de gedachte aan verzet eenvoudig
niet in je hoofd opkomt. Maar als je dan eenmaal volwassen bent
en je blikt eens terug op wat jou allemaal is overkomen, en wat
men je als weerloos kind heeft aangedaan, dan ga je daar toch
niet iets goeds in ontdekken??? Het leek wel alsof hij was
gehersenspoeld! Ik kreeg met dit lastige starre mannetje heel veel medelijden.
In mijn ogen had men van hem een schim gemaakt, een karikaturale
voorstelling van een mens. Uiterlijk had hij er veel van weg, dat
wel, maar daarmee hield ook iedere gelijkenis op. Ik kreeg begrip
voor zijn starre rigide opvattingen en uitspraken. Hij was niet
meer in staat onafhankelijk te denken, want daarmee zette hij
zijn hele bestaan op losse schroeven, en dat is bedreigend. Het
is voor je eigen gemoedsrust beter in het kwade iets goeds te
zien, dan kritische vraagtekens te zetten. Misschien zou hem dat
gelukt zijn als hij een jaar of dertig veertig was geweest, maar
hij was al zeventig. Op die leeftijd ga je niet nog eens helemaal
opnieuw beginnen, want dat zou een erkenning inhouden, dat je
hele leven eigenlijk voor niets is geweest. Dat je je al die tijd
maar iets hebt laten wijsmaken, en dat je ook nog zo goedgelovig
bent geweest om er de opperste waarheid in te zien. Zijn
meningsverschillen met mij waren nog slechts een rudiment van
zijn begeerte om de "andere kant" te leren kennen. Maar zijn
vaste overtuigingen verloochenen, dat ging niet meer. Daar loop je dan op een stille winterdag met een half dooie vos in je armen. Achter mij sjokte de witte Nicky, met een ongeinteresseerd gezicht van: "Hij heb weer es wat"... Links van mij, een van opwinding half gare mechelaar Nando, die zich gedroeg alsof hij straks best zin zou hebben in een hapje verse vos. En rechts van mij een overbezorgde Kelev, die af en toe zijn neus begroef in die dikke afhangende vossenstaart, en mij aankeek met een blik van; "Je laat hem toch niet vallen he?" Nu pas zag ik het praktische nut van goed onder appél staande honden heel duidelijk gedemonstreerd. Ik had beide armen nodig om dat dier vast te houden, en kon mij dan ook niet bekommeren om drie honden die aan de lijn zaten. Zij moesten de hele weg los volgen. Nu waren zij geloof ik ook niet van plan om hun aandacht te laten verslappen, en eens zelfstandig een eindje verderop te gaan kijken. Ben je mal zeg, ik was véééls te interessant. Ik moest alleen Nando regelmatig tot kalmte manen, want hij wilde zijn maaltijd nu al hebben. Of ik niet wist dat warme vos veel beter smaakt dan koude? Ja, dat kon ik niet tegenspreken, maar vos, warm of koud, staat vandaag echt niet op de kaart hoor Nando! Helaas, ik kon hem niet overtuigen. Kelev wel. Na twee uitvallen in de richting van het vosje, werd Kelev het zat. Hij liep snel voor mij langs, en beet Nando stevig in zijn oor. Nando kwaad, maar Kelev liet niet los. Totdat Nando door zielig piepen te kennen gaf dat hij het nu wel begrepen had. Na een kwartier kwam ons huis in zicht, en ik besloot om geheel tegen mijn gewoonte in, maar aan te bellen. Normaal loop ik met de honden achterom, maar ik had geen handen vrij om sleutels uit mijn broekzak op te diepen, de poort open te maken, daarna de sleutel van de keukendeur...etc. etc. De bel van de voordeur is aangebracht op neushoogte, dat wil
zeggen, mijn neushoogte. Is dat even praktisch? Ik dacht nog toen
ik die bel installeerde:"Goh, je hebt allemaal wel eens, dat je
met drie honden en een lamme vos wilt aanbellen, en zou
neushoogte dan niet de meest praktische plaats zijn, om de bel
aan te brengen? En nu was ik blij met mijn vooruitziende blik van
destijds. Ik beroerde de bel met mijn neuspunt, en wachtte een
kort moment. Mijn vrouw opende de deur met een verschrikt
gezicht, en vroeg:"Is er wat gebeurt??" Nou gebeurt er bij ons
nooit iets, (nou ja, nooit...)maar toch schrikt zij altijd als ik
om een of andere reden niet mijn voorspelbare patroon volg. Ik heb een cadeautje voor je meegebracht zei ik. Met deze koude winterdagen leek het mij zo leuk jouw een lekker warm bontje te geven, voor om je hals. En ik maakte de rits van mijn jack open, en twee grote verschrikte vossenogen keken haar aan. Aach...Wat een lieverd...Hoe kom je daar nu aan? Wat heeft hij?....En zij begon spontaan te huilen. Ik heb dat vaker bij haar gezien. Als dieren haar zielig aankijken, komt er spontaan een tranenvloed op gang. (Als ik zielig kijk dan werkt dat niet, althans veel minder snel...) Voorzichtig legden wij het vosje op de bank, en keken wij elkaar aan...Wat nu?? Kelev betrok onmiddelijk de wacht voor de bank, en hield Nando op een veilige afstand van "Zijn" vos. Soms besnuffelde hij hem heel even voorzichtig, en gaf hem daarna snel een lik over zijn vacht. Hij was zichtbaar ingenomen met de nieweling, maar helaas voor hem, was er geen sprake van dat wij hem konden houden. Als jij de jongens even in de gaten houdt, dan bel ik de dierenambulance, zei ik. Mimi nam plaats naast het arme dier, en ik zag dat zij hem zachtjes streelde. (Voor iemand die al bang is voor muizen, een opmerkelijk roekeloze daad) Ik draaide het nummer en kreeg een weekend-melding, en de opdracht een ander nummer te bellen. O, jee, dacht ik, nu wordt ik vast van het kastje naar de muur gestuurd, en enige haast leek mij wel gewenst, want ik was er helemaal niet zeker van dat deze vos ons huis levend zou verlaten. Hij vatte het mij allemaal veel te laconiek op voor een gezonde vos, en ik was er bijna zeker van dat hij wel spoedig de geest zou geven. Maar gelukkig werken er bij de dierenambulance in Hilversum heel toegewijde mensen. Een aardige dame aan de andere kant zei, dat zij onmiddelijk iemand zou sturen. Na amper 10 minuten stopte het busje al voor ons huis. Een meneer trad binnen, haalde geroutineerd even de honden aan, en keek naar de vos. Hij vroeg mij waar ik hem gevonden had, en nog een paar details, pakte de vos voorzichtig in een deken, en zei: "Ik heb de dierenarts al gebeld, en als alles goed gaat, breng ik hem daarna naar het asiel. Hij gaf mij een telefoonnummer, en beloofde mij op de hoogte te houden. Dit was allemaal binnen vijf minuten afgehandeld, en wij konden alleen maar het beste er van hopen. Een paar uur later belde ik die man op, om te vragen hoe het was gegaan bij de dierenarts. Hij klonk heel vrolijk toen hij zei, dat alles heel erg goed was verlopen. De arts had het vosje onderzocht, en geen kwetsuren gevonden. Hij was verder gezond, en had alleen een shock gehad. (Dat kan heel goed het gevolg zijn geweest van een aanrijding Hij lag ongeveer 50 meter van de weg. Waarschijnlijk was hij gedreven door honger, achter de flats gaan scheumen en had een tik van een auto gekregen bij het oversteken.) Na een injectie was hij weer overeind gekrabbeld, en hij zat nu inderdaad in het asiel. De volgende dag, belde de directeur van het asiel, en vroeg mij waar ik de vos precies gevonden had, want het beestje was nu zover opgeknapt dat hij hem wel weer los kon laten. Ik vroeg hem langs te komen, want daar wilde ik wel bij aanwezig zijn, en zo tegen de schemering reden wij naar de hei, met achterin de auto een springlevende tierige vos. Toen wij de kooi dan eindelijk opende, aarzelde hij geen ogenblik, en met een paar sprongen verdween hij in de struiken. Ik heb hem nooit meer terug gezien... Deze episode met de vos blijft in ons hart een heel dierbare herinnering. Niet alleen omdat Kelev zich zo ontroerend zorgzaam had betoond, maar ook omdat het toch een heel bijzondere belevenis was, zo'n wild dier zo stilletjes op een sofa te zien liggen. In gedachten ben ik dan al aan het passen en meten of er niet een mooi hok in de tuin gebouwd kan worden...Een verwerpelijke gedachte, ik weet het, maar hij gaat toch door je heen. Ik denk dat Kelev hem ook graag had willen houden. Maar een vos is nu eenmaal geen huisdier, al wordt hij makkelijk handtam. En het is misdadig om zo'n wild schepsel zijn verdere leven te laten slijten in een hokje. (bovendien mag het niet) Nou ja. Wat mag of niet, daar heb ik mij in het leven niet al te veel van aangetrokken, maar ik weet dat een vos in het wild gewoon beter af is. Met ons "poetsmannetje" ging het intussen wat minder goed. Kinderen groeien op, en spelen steeds meer buiten. Het hekje voor zijn garage bleek een uitgelezen verzamelpunt voor het jongvolk, om een beetje rond te hangen. U weet hoe dat gaat, en als u het vergeten bent zal ik uw geheugen een beetje opfrissen. Jongetjes sloven zich graag uit voor meisjes. Zij hebben de neiging zich te gedragen als chimpansees. Klauteren zonder duidelijk aanwijsbare reden plotseling tegen een garagemuur omhoog en lopen het volgende moment een beetje wiebelig in de dakgoot te balanceren. Wat je dan vooral niet moet doen is; hard op het raam bonken en woedende gebaren maken in de richting van dat jonge spul. Maar dat deed ons mannetje nu precies wel. Hij dacht dat het hielp, maar het tegendeel was waar. De volgende dag herhaalt de scene zich, omdat het zo vermakelijk is een mannetje zo voorspelbaar te zien reageren. En dat wordt gaandeweg steeds erger. Het is geen kwaardaardigheid van die jongelui, zij vinden het alleen gewoon heerlijk om die onmachtige reacties uit te lokken. Als hij nu maar eens gewoon bij die jongens op dat muurtje was
gaan zitten, en een praatje had aangeknoopt, of een geintje met
ze had gemaakt, dan was hij tot de ontdekking gekomen dat je met
een roedeltje 10 tot 14 jarige de grootste lol kunt hebben. Maar
nee, het mannetje bleek zijn eigen jeugdjaren volkomen vergeten,
of had ze nooit gekend, iets dat mij veel aannemelijker leek. Het
duurde dan ook niet lang of hij was het mikpunt van allerlei
pesterijen, die hij zelf over zich afriep. Het mannetje stond op mijn stoep, verwikkeld in een heftig dispuut met mijn dochter. Zij stonden tegen elkaar te schreeuwen, en lieten mij maar zo'n beetje in de deuropening staan. Na een tijdje kwam ik ertussen en vroeg wat er aan de hand was. Wel, dat bleek niet zoveel bijzonders. Mijn dochter had samen met wat andere kinderen op "zijn" tuinmuurtje gezeten, en hij had die kinderen gemaand ergens anders te gaan spelen. Dan moet je net mijn dochter hebben, die meende dat zij het volste recht had plaats te nemen op een muurtje dat de begrenzing vormde van zijn tuin, en de gemeenschappelijke brandgang. Dat had zij hem onomwonden verteld, en daarmee had zij hem regelrecht de gordijnen ingejaagd. In zijn ogen dienden kinderen te allen tijden de aanwijzingen van ouderen zonder tegenspraak op te volgen. Maar ik had mijn kinderen grootgebracht met het idee dat ouderen ook niet alles konden weten, en dat, als hun aanwijzingen onredelijk klonken, je gerust kon vragen waarom ze dit of dat moesten doen, of juist nalaten. Mijn dochter had deze vraag natuurlijk aan het mannetje gesteld, maar ik kon mij de manier waarop zij dat gedaan had heel levendig voorstellen. Wel wetend dat het mannetje bij tegenspraak zou ontploffen van woede, had zij zich zeer uitdagend opgesteld. Zij was echt op uit geweest om hem even het bloed onder zijn nagels vandaan te halen, en natuurlijk zijn zwakke plekken snel ontdekt...Het debat, en de argumenten... Maar het mannetje wilde vanzelfsprekend geen debat aangaan met een "snotneus" van twaalf jaartjes jong, en argumenten had hij waarschijnlijk niet echt voorhanden. Hij wilde gewoon gehoorzaamd worden. Blinde Gehoorzaamheid is echter nu precies datgene wat mijn
kinderen niet gewend waren. Ik heb er bij hen altijd op
aangedrongen, te vragen naar het waarom. Juist omdat ik heel goed
weet, dat mensen de neiging hebben misbruik te maken van
gehoorzaamheid. Het zou te ver voeren de achterliggende gedachten
hier uitvoerig te behandelen, maar de geschiedenis van de
mensheid staat bol van de misdaden die zijn begaan uit blinde
gehoorzaamheid, en niet als gevolg van een misdadige inslag. Laat
ik volstaan met de zeggen dat ik niet zo gek ben op "Befehl ist
Befehl". Ons mannetje was echter nu juist wel grootgebracht in
een sfeer van kadaverdicipline, en was er heilig van overtuigd
dat dit de enig juiste manier was om kinderen groot te brengen.
Hij trok dan ook openlijk mijn pedagogische kwaliteiten in
twijfel met de woorden dat ik mijn kinderen eens moest
opvoeden!! Het is niet eenvoudig te balanceren tussen gehoorzaamheid en
het ontwikkelen van een kritische geest. En dat geldt al
evenzeer, en misschien nog wel sterker, ten aanzien van het
grootbrengen van jonge honden. Aan de ene kant is gehoorzaamheid
geboden, al was het alleen maar uit veiligheids overwegingen, aan
de andere kant kunnen zich situaties voordoen waarbij het
verstandiger is de hond zelf zijn houding te laten bepalen, en
een overhaast gegeven bevel naast zich neer te leggen. Dat kan
inconsequent lijken, maar ik zie wel eens mensen, (en mijzelf
overkomt het ook wel eens) een bevel geven waaraan de hond
onmogelijk kan voldoen. De verhouding met de buurman raakte door deze ontwikkelingen een beetje onderkoeld. Tot mijn leedwezen moet ik zeggen, want ondanks zijn moeilijke aard, mocht ik hem wel. Dank zij Kelev zou de dooi echter weer spoedig intreden... Een paar maanden gingen voorbij, maar de buurman wilde maar niet ontdooien. Als het echt niet anders kon, groette hij nog slechts met een stijf afgemeten hoofdknikje, maar eerder gaf hij er de voorkeur aan schielijk te verdwijnen, zodra hij een glimp van mij opving. Intussen had ik in stilte even een babbeltje gemaakt met het jonge spul uit de buurt, en hen gewezen op de vervelende situatie die hun gedrag kon oproepen. Ik ken die kinderen vanaf de dag dat ze nog snotpup waren, en het goede contact dat wij hadden, maakte dat er naar mij geluisterd werd. Het was afgelopen met de plagerijen. Het mannetje kon echter niet weten dat ik hierachter zat, maar het moet hem wel verbaasd hebben denk ik. Of misschien dacht hij wel dat zijn dreigementen hen hadden afgeschrikt, dat zou ook nog kunnen... Op een avond ging ik, veel later dan gewoonlijk, mijn laatste
wandeling maken. Het was volle maan, en zo'n heldere nacht dat ik
besloot met Kelev naar de hei te lopen. Ik werd betoverd door de
schoonheid en de stilte van de nacht. Alles was overgoten met een
helder geel licht, en het was alsof je de dingen nog beter kon
onderscheiden dan op klaarlichte dag. Plotseling zag ik een paar
meter voor mij uit Kelev ineens verstrakken, en hij bleef als
bevroren een paar seconden staan. Met gespitste oren stond hij
doodstil...als een standbeeld. Dan draaide hij zich resoluut om,
en liep hard naar mij toe. Hij drukte zich tegen mijn been, en
stootte een laag vervaarlijk gegrom uit... Al zijn haar stond
overeind. Zijn grommen klonk niet luid, maar heel
onheilspellend... Uit voorzorg besloot ik Kelev aan te lijnen, en wilde net zijn
halsband omdoen, toen hij met een paar wilde sprongen wegdook,
een greppel in, die evenwijdig aan het zandpad liep. Deze greppel
was dicht begroeid met brem, en braamstruiken, en ik hoorde aan
het geraas dat hij daar dwars doorheen stormde. Toen brak een
hels kabaal los!! Boven een woedend geblaf van mijn hond, hoorde
ik een zware mannenstem verschrikt vloeken. Godverjuu!! Ik Schrik
me de pleuris!!! Even verderop hoor ik nog meer stemmen
roepen:"Hee. Wat is daar??!!" Ik zie een zonderlinge gedaante uit
de greppel springen en even later Kelev die woedend voor hem
staat te blaffen, Vanaf de andere kant van het pad komen ook
vreemde gestalten tevoorschijn. Een waar pandemonium breekt los.
Ik fluit snoeihard Kelev terug. Braaf als hij is komt hij
lijnrecht naar mij toe hollen. Er roepen nu meerdere luide
mannenstemmen, en plotseling klinkt er een luide knal, gevolgd
door een fluitend gesis... Een vuurbal stijgt recht omhoog, en
verspreid een paar seconden later een zo helder lichtschijnsel
dat het pijn doet aan mijn ogen. Maar nu kan ik die vreemde
shilouetten heel gedetailleerd onderscheiden... Het zijn soldaten
in camouflage uitrusting!! De helmen vol takkem en met zwart
geschminkte gezichten staan zij daar nu een beetje verwonderd te
kijken. In alle verwarring die was ontstaan, en om zo snel mogelijk
weg te komen van deze militaire oefening, liep ik natuurlijk
compleet de verkeerde kant uit. Ik raakte de weg kwijt, en
ploegde een tijdje door het mulle zand van een ruiterpad.
Plotseling doemde er voor mijn ogen een tank op. Wat nu weer
dacht ik? Maar toen schoot het mij te binnen dat er ergens
halverwege Laren en Bussum, en oude Sherman tank uit de tweede
wereldoorlog midden in de hei stond. Er kwam vrij plotseling een dichte bewolking opzetten, waarachter de maan volledig schuilging. Ik liep van de ene minuut op de andere plotseling in diepe duisternis Bijna werd ik getroffen door een acute hartstilstand toen ik plotsklaps vlak boven mijn hoofd een luguber klinkende stem hoorde schreeuwen...OEHOEHOE! OEHOEHOE!! Christenziele....stomme rot-uil, moet dat per-sé vlak boven mijn kop? Je hoort die vogels met hun geruisloze vleugelslag niet aan komen, en als ze dan een schreeuw geven, is het net alsof je een stem uit de hemel hoort. Ik besloot nu maar om een beetje evenwijdig aan de provinciale weg te gaan lopen, want ik had geen zin om het spoor nogmaals bijster te raken. In de verte zag ik wat van de straatverlichting door de bomen schemeren, en ik dacht daar maar recht op toe te gaan lopen, toen ik onverwacht de grond onder mijn voeten voelde wegzakken... Een vlijmende pijn schoot door mijn rug, en snakkend naar adem bleef ik even liggen op de bodem van een behoorlijk diepe kuil. Toen ik overeind probeerde te krabbelen, bemerkte ik al kermend dat ik finaal door mijn rug geschoten was. Ook dat nog...Het is nog ruim een uur te gaan op twee benen, maar één daarvan had het opgegeven, en vertoonde de mij maar al te goed bekende verlammings verschijnselen. Kelev stond aan de rand van de kuil zachtjes te piepen, want hij maakte zich ongerust. "Stil maar jong...het komt allemaal goed, als ik eerst maar die verdomde kuil uit kan komen". Hinkend en zowat jankend van pijn klauterde ik tegen de steile rand omhoog, en zakte een paar maal weer net zo hard naar beneden. Ik moest even goed kijken of er niet een plaats was met wat minder steile kanten. Aan de andere kant van de kuil rees de wand niet zo loodrecht omhoog, en daar lukte het mij met veel moeite, uit mijn benarde positie te komen... Ik ging behoorlijk vermoeid even op de rand van de kuil
zitten, en liet mij benen naar beneden bungelen, dat verlichtte
de pijn wel enigsins, maar op die manier kwam ik geen stap
dichter bij mijn bed. Kelev kwam dichbij mij zitten keek mij een
beetje meewarig aan, en gaf mij plotseling een lebber dwars op de
platte bek. Nou ja, fris is anders, maar toch doet het goed op
zo'n moment. Ik had het geruststellende gevoel dat ik er niet
alleen voor stond. Maar lopen ging echt nog even niet. Gelukkig,
dacht ik, was ik in het bezit van een behoorlijk krachtige
pijnstiller, en ik besloot er maar meteen een paar tegelijk van
in te nemen. Daarna was het gewoon een kwestie van een half
uurtje wachten, tot de werkzame stof in het bloed zou zijn
opgenomen, en de pijn zou verminderen. Wat er daarna gebeurt is weet ik niet meer...(Vrijwel zeker door een te hoge dosis van die overheerlijke pijnstiller) Alleen dat ik de voordeur opende, en in de gang het bewustzijn
verloor. Mijn kleren waren aan flarden, en ik had overal diepe
verwondingen, alsof ik dwars door een aantal rollen prikkeldraad
was gelopen. Ik werd wakker omdat de huisarts aan mij stond te
schudden, en toen dat niet het door hem gewenste resultaat
opleverde, begon hij mij links en rechts in mijn gezicht te
slaan. Op de een of andere raadselachtige manier heeft Kelev mij naar
huis gebracht, en wie weet waarvoor hij mij onderweg allemaal
heeft behoed. En weer besefte ik heel duidelijk dat deze
onafscheidelijke vriend een heel bijzondere hond moest zijn. Van die enorme black-out heb ik verder weinig hinder ondervonden. Ik heb er slechts een paar oppervlakkige lidtekens aan overgehouden. Van de dokter moest ik het een paar dagen heel kalm aan doen want hij dacht dat ik ook "overwerkt" kon zijn. Dat was wel niet zo, (ik had helemaal geen werk)maar om er van af te zijn speelde ik braaf Ja, ja, en ging ik door waar ik gebleven was. En vlak voor het slapen gaan, als alles rustig was en stil,
ging ik altijd nog even naar buiten, deed de garage op slot, en
liep nog even langs "hotel de zenuwen". Dat was de naam van het
reusachtig konijnenhok met vele verdiepingen dat ik had getimmerd
van oude kratten. Ik was goed bevriend met een handelaar in
motorfietsen, en hij kreeg zijn motoren aangeleverd in kratten
van heel dik vurenhout. Die kratten gooide hij weg, dus op mijn
vraag of ik er een paar mocht hebben kreeg ik als antwoord
:"tuurlijk, hoeveel? 100? 200? meer?? Kelev vergezelde mij altijd op deze late inspectie, want dan mocht hij altijd even een konijntje wassen. Hij was evenals ik, gek op die beestjes, en zat altijd al lang vol ongeduld te wachten voor het hok, voordat ik daar eindelijk eens arriveerde. Volgens hem waren konijnen altijd smerig, want zodra ik er een voor zijn neus hield kreeg dat beestje een wasbeurt van onder tot boven. Na afloop was het diertje dan ook niet meer herkenbaar als konijn, maar leek het nog het meest op een rat met krulspelden. Die avond reageerde kelev echter anders dan ik gewend was. Hij
bleef midden in de tuin staan, en keek heel ingespannen naar de
tuin van het buurmannetje. Ik probeerde te ontdekken wat zijn
aandacht trok, maar het was nogal donker. Blijkbaar was iedereen
al aan het slapen, want ik zag in die hele rij flats maar een
paar spaarzame lampjes branden. Wel werd er de volgende morgen aangebeld, en tot mijn
verbazing stond het buurmannetje voor mijn neus. Hij overhandigde
mij een overdreven grote doos met spullen die hij zojuist bij de
dierenwinkel had aangeschaft. Allerhande lekkernijen genoeg om
een flinke koppel deense doggen een maand lang op gewicht te
houden. Dat was, zo zei hij, voor de held van de straat, en hij
klopte Kelev zowaar een paar keer vriendelijk in zijn hals. Van
de omwonenden had hij vernomen, dat de inbreker door kelev (met
gevaar voor eigen leven, zei hij) op de vlucht was gejaagd, en
wie weet wat voor onheil daarmee was afgewend. Ik probeerde dat
"gevaar voor eigen leven" nog wat af te zwakken maar daar wilde
hij niets van weten. Hij prees mijn hond regelrecht de hemel
in. Een heel leven voor niets... Dus voor te bezorgde poetsers onder u...Ga nou eens even
lekker zitten, en laat je hond wat kliederen in een modderplas.
Kijk er goed naar, en geniet. Kelev |
| ¤ Copyright Jumping Boxers 2002-2006© ¤ Made by bLinKing Design ¤ |